Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 november 2021 in de zaak tussen
Natuur en Milieufederatie Groningen e.a, te Groningen, verzoekers
Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen, verweerder(gemachtigde: mr. I. de Jong).
Als derde-partij neemt aan het geding deel: de gemeente Groningen
Procesverloop
- ten aanzien van geoorde fuut, graspieper, grutto, scholekster, kievit, gele kwikstaart, kluut, slobeend, wilde eend, zomertaling, wintertaling van het verbod op het opzettelijk vernielen, beschadigen of wegnemen van nesten, rustplaatsen of eieren (3.1, tweede lid, van de Wnb);
- ten aanzien van watervleermuis en meervleermuis de gevraagde ontheffing te verlenen van het verbod op het opzettelijk verstoren (artikel 3.5, tweede lid, van de Wnb), beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (artikel 3.5, vierde lid, van de Wnb);
- ten aanzien van poelkikker de gevraagde ontheffing te verlenen van het verbod op: opzettelijk vangen (artikel 3.5, eerste lid, van de Wnb) opzettelijk verstoren (artikel 3.5, tweede lid, van de Wnb) beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (artikel 3.5, vierde lid, van de Wnb);
Overwegingen
Beslissing
- schorst het primaire besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360,- aan verzoekers te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 11.614,85 waarvan € 1.496,- is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en waarvan € 10.145,85 kosten van deskundigen betreft.