De rechtbank Noord-Nederland heeft op 14 december 2021 uitspraak gedaan in het bestuursrechtelijke geschil tussen Natuur- en Landschapsvereniging "De Wâlden, de Marren" en het college van gedeputeerde staten van de provincie Fryslân over een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor een pilotproject snelvaren op het Burgumer Mar.
De ontheffing stond het vernielen of beschadigen van nesten van bepaalde vogelsoorten toe in het kader van onderzoek naar de effecten van snelvaren. Eiseres stelde dat het onderzoek niet voldeed aan de criteria van de Wnb, onvoldoende deugdelijk was opgezet en dat er andere bevredigende oplossingen voor het onderzoek beschikbaar waren. Verweerder verdedigde het onderzoek en de locatiekeuze.
De rechtbank volgde grotendeels de adviezen van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) en oordeelde dat het onderzoeksvoorstel onvoldoende was uitgewerkt, de timing niet aansloot op het broedseizoen en de onderzoeksduur onnodig lang was. Tevens was onvoldoende gemotiveerd dat het onderzoek niet elders kon plaatsvinden. Daarnaast werd geoordeeld dat de stikstofdepositie niet voldoende was geborgd in het besluit.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, bepaalde dat verweerder opnieuw op bezwaar moet beslissen, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.