Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Binnen onze gemeente hebben wij helaas ook te maken met aardbevingen als gevolg van gaswinning. Veel inwoners hebben daardoor schade aan hun woning en/of bedrijfspand. Deze schade kan van invloed zijn op de hoogte van de WOZ-waarde en de daarmee samenhangende onroerendezaakbelasting (OZB). Heeft u aardbevingsschade? Geef het aan ons door. Dan kan de gemeente bij de bepaling van de WOZ-waarde rekening houden met de aanwezige schade.
voorafgaandaan het vaststellen van de WOZ-waarde onderzoek wordt gedaan naar de aanwezigheid en hoogte van deze aardbevingsschade. In dit geval heeft verweerder alle huiseigenaren in de gemeente aangeschreven met het verzoek eventuele aardbevingsschade voor 1 januari 2020 bij de gemeente te melden, zodat daarmee bij het vaststellen van de WOZ-waarde rekening zou kunnen worden gehouden. Ook middels een publicatie in de lokale huis-aan-huiscourant en een bericht op de website van de gemeente zijn de inwoners op het gemeentelijke beleid en de mogelijkheid tot het melden van aardbevingsschade geattendeerd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder daarmee de zorgvuldigheid betracht die bij het voorbereiden van de WOZ-beschikkingen van hem mocht worden verwacht. Dat eiser niet heeft gereageerd, kan verweerder niet worden tegengeworpen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat eiser niet heeft betwist de brief van 19 november 2019 te hebben ontvangen. Naar het oordeel van de rechtbank reikt de eis van een zorgvuldige besluitvorming niet zo ver dat verweerder gehouden is (ieder jaar) voorafgaand aan het vaststellen van de WOZ-waarde zelfstandig de schade als gevolg van aardbevingen van alle in de gemeente gelegen woningen te inventariseren. [5] Van de inwoners mag worden gevraagd hierover gegevens te verschaffen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de waarde tot een bedrag van € 345.000;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48 aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.068.