ECLI:NL:RBNNE:2021:5565
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigde bijstand na ontvangst erfdeel en intrekking recht op bijstand
Eiser ontving sinds oktober 2015 een bijstandsuitkering. Na het overlijden van zijn vader op 21 juli 2017 kreeg eiser op 14 maart 2018 een erfdeel van €37.350,-. Dit erfdeel gebruikte hij direct voor het aflossen van schulden, waaronder een doorlopend krediet en een lening bij een familielid.
Verweerder trok de bijstand per 14 maart 2018 in wegens voldoende financiële middelen en vorderde onverschuldigde bijstand terug over de periode vanaf de peildatum van 21 juli 2017 tot 13 maart 2018. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de rechtbank stelde vast dat de terugvordering terecht was omdat het vermogen op de peildatum de vrijlatingsgrens overschreed.
De rechtbank oordeelde dat schulden zoals het doorlopend krediet en de schuld aan een familielid niet als reële schulden konden worden meegewogen. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak bevestigt het recht van verweerder om bijstand terug te vorderen op grond van artikel 58 van Pro de Participatiewet.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand en intrekking van het recht op bijstand worden bevestigd.