Uitspraak
18 4683 PW
PROCESVERLOOP
M.E. van Zanten.
OVERWEGINGEN
30 december 2016.
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand vanaf januari 2013. Op 28 april 2015 overleed haar moeder, waardoor appellante een erfdeel van €10.000,- verkreeg, verdeeld in twee termijnen eind december 2016. Het college trok de bijstand in mei 2016 in en kende deze opnieuw toe vanaf juli 2016 met een nieuw vermogen.
Het college vorderde bijstandskosten terug op grond van artikel 58 PW Pro, omdat het vermogen van appellante op de datum van overlijden van haar moeder de vermogensgrens overschreed. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat het college had moeten uitgaan van de meest actuele vermogensvaststelling bij hernieuwde bijstand vanaf juli 2016.
De Raad oordeelde dat het tijdstip van overlijden de peildatum is voor de aanspraak op het erfdeel en daarmee bepalend voor de terugvordering. Het college mag niet afwijken van deze vaste rechtspraak. Ook het beroep op de interingsnorm van anderhalf maal de bijstandsnorm faalde. Het hoger beroep en het verzoek om schadevergoeding werden afgewezen, en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand op grond van het erfdeel wordt bevestigd.