ECLI:NL:RBNNE:2022:2406
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vrijheidsbeperkende maatregel wegens ontbreken gevaar openbare orde of nationale veiligheid
Eiser, van Syrische nationaliteit, werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verplicht om binnen een deel van een gemeente te verblijven op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tegen deze vrijheidsbeperkende maatregel werden twee beroepen ingesteld, waarvan het eerste niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank oordeelde dat de vrijheidsbeperkende maatregel een wettelijke basis heeft in artikel 56 Vw Pro 2000 en dat eiser onder het toepassingsbereik van artikel 2, Vierde Protocol bij het EVRM valt. Echter, de rechtbank stelde vast dat het asielbesluit dat aan eiser artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag tegenwierp, was vernietigd en dat onvoldoende is gebleken dat eiser een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet proportioneel was en dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de vrijheidsbeperking noodzakelijk is. Het beroep werd gegrond verklaard, het tweede besluit vernietigd en eiser werd een immateriële schadevergoeding van €1.040,- toegekend voor de periode van onrechtmatige vrijheidsbeperking. Tevens werden proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het tweede besluit wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; eiser ontvangt een schadevergoeding van €1.040,-.