ECLI:NL:RBNNE:2023:1156
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vaststelling dagloon WIA-uitkering na verblijf in Australië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het door het UWV vastgestelde dagloon van €39,84 voor zijn WIA-uitkering, omdat hij na terugkeer uit Australië in juni 2019 meent als starter of herintreder te moeten worden aangemerkt en de dagloonberekening daardoor onevenredig nadelig uitpakt.
De rechtbank stelt vast dat eiser in de referteperiode van 1 september 2018 tot 1 september 2019 loon heeft genoten in de vorm van een Ziektewet-uitkering, waardoor hij niet onder de startersregeling van artikel 18 van Pro het Dagloonbesluit valt. De rechtbank volgt de vaste rechtspraak dat het begrip starter/herintreder restrictief moet worden uitgelegd.
Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt omdat het Dagloonbesluit een dwingendrechtelijk karakter heeft en het UWV terecht is uitgegaan van de hoofdregel waarbij het loon wordt gedeeld door 261 dagen, ook al leidt dit tot een nadelig dagloon voor eiser. De rechtbank acht de persoonlijke omstandigheden van eiser niet zodanig bijzonder dat hiervan afgeweken kan worden.
De rechtbank oordeelt dat het UWV voldoende gemotiveerd heeft waarom niet is afgeweken van de dagloonregels en dat het beroep ongegrond is. Het bestreden besluit blijft in stand en eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van het dagloon wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.