Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 juni 2023 in de zaak tussen
Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen, verweerder,
[belanghebbende][adres] . (gemachtigde: [gemachtigde] ).
Rechtbank Noord-Nederland
Gedeputeerde Staten van Groningen verleenden op 15 januari 2021 een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming voor het uitbreiden van een melkrundveehouderij. Eiseressen, Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. en Vereniging Leefmilieu, stelden dat de vergunning ten onrechte was verleend omdat geen passende beoordeling was uitgevoerd en de emissiefactoren onbetrouwbaar waren.
De rechtbank oordeelde dat het college de vergunning ten onrechte verleende op basis van intern salderen, terwijl sinds 2020 geen vergunningplicht meer geldt voor intern salderen. Tevens ontbrak een passende beoordeling die zekerheid geeft dat het project de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet aantast. De gebruikte emissiefactoren uit de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) voldeden niet aan de vereiste zekerheid vanwege wetenschappelijke twijfel.
Verder werd geoordeeld dat de referentiesituatie onjuist was vastgesteld omdat de vergunning uit 2018 op basis van de PAS-regeling niet als referentie mag dienen zonder nieuwe passende beoordeling. Andere bezwaren, zoals de claim van emissiebronnen en het vergunningvoorschrift over realisatie binnen drie jaar, werden verworpen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit van 15 januari 2021 wordt vernietigd wegens ontbreken van een passende beoordeling en onjuiste aannames over stikstofemissie.