ECLI:NL:RBNNE:2023:3314
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor overtredingen Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag gehandhaafd
Eiseres, franchisenemer van een franchisegever, kreeg een bestuurlijke boete van €348.000 opgelegd wegens 29 overtredingen van artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml) over de periode 1 januari tot en met 30 juni 2018. De boete werd opgelegd omdat eiseres het loon niet naar tijdruimte had vastgesteld, geen urenregistratie bijhield en loon uitbetaalde in stukloon, wat in strijd is met de Wml.
Eiseres betoogde dat de boete gematigd moest worden omdat een ander franchisenemerbedrijf in een vergelijkbare situatie een lagere boete van €12.000 had gekregen. Tevens stelde zij dat verweerder niet gerechtigd was om financiële stukken van gelieerde ondernemingen op te vragen voor de beoordeling van haar draagkracht.
De rechtbank oordeelde dat eiseres als werkgever verantwoordelijk is voor het naleven van de Wml en dat zij willens en wetens de overtredingen heeft voortgezet. De rechtbank vond dat verweerder terecht financiële gegevens van het concern mocht opvragen om de draagkracht te beoordelen. Omdat eiseres deze gegevens niet had aangeleverd, was matiging van de boete niet aan de orde.
De rechtbank verwierp het beroep en handhaafde de boete van €348.000. Eiseres kreeg geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 26 juli 2023.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €348.000 wegens overtredingen van de Wml wordt gehandhaafd zonder matiging.