ECLI:NL:RBMNE:2021:1210
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen boete wegens overtreding Wet minimumloon en vakantiebijslag
Eiseres B.V. kreeg een boete van €78.000 opgelegd wegens zeven overtredingen van artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en vakantiebijslag (Wml) omdat zij geen urenregistraties overlegde waaruit het daadwerkelijk gewerkte aantal uren van haar werknemers bleek.
De rechtbank stelt vast dat eiseres de overtredingen niet betwist, maar het geschil betreft de evenredigheid van de boete en het verzoek tot matiging op grond van omstandigheden zoals financiële situatie en verminderde verwijtbaarheid.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bevoegd was de boete op te leggen en dat de hoogte ervan in overeenstemming is met het beleidsregel 2018. De aangevoerde omstandigheden, waaronder het beëindigen van het schoonmaakproject en het nabetalen van loon, leiden niet tot matiging. Ook de financiële situatie van eiseres en haar holding rechtvaardigen geen verlaging van de boete.
Ten slotte wordt het bezwaar tegen openbaarmaking van het boetebesluit verworpen, omdat dit wettelijk is geregeld en eiseres geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot schriftelijke reactie of voorlopige voorziening.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de boete blijft onverminderd van kracht.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete van €78.000 wegens overtreding van de Wml wordt ongegrond verklaard en de boete blijft onverminderd van kracht.