Uitspraak
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: [vergunninghoudster], gevestigd te [plaats], vergunninghoudster,
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 18 januari 2024 uitspraak gedaan in het bestuursrechtelijke geschil over de omgevingsvergunning voor het realiseren van een vergistingsinstallatie met productie van BioLNG en koolzuurgas te Leeuwarden.
Eiseres betoogde dat de vergunning onrechtmatig is verleend omdat de stikstofdepositie hoger is dan toegestaan in het bestemmingsplan, de stikstofrapportage onjuist is, de geurbelasting is onderschat en de voortoets in strijd is met de Wabo en het Bor. De rechtbank stelde vast dat de goedkeuring van de stikstofrapportage een 6:19-besluit is, maar het wijzigingsbesluit van 12 september 2022 geen 6:19-besluit is. De voortoets vond plaats op basis van een beperkter project dan vergund, wat strijdig is met de Wabo en Bor.
De rechtbank oordeelde dat het mitigerende voorschrift 3.18.14 onrechtmatig is, omdat het project met digestaatdrogers is vergund terwijl de voortoets op een gewijzigd project zonder deze drogers is gebaseerd. De ammoniakemissie en geurbelasting zijn onderschat, mede door onrealistische reinigingsrendementen en onvoldoende motivering om af te wijken van geurnormen. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit kon niet aan het bestreden besluit ten grondslag worden gelegd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en het goedkeuringsbesluit van 30 maart 2022 en bepaalde dat verweerder opnieuw moet beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en werd schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het bestreden besluit en het goedkeuringsbesluit worden vernietigd en verweerder dient opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak.