Eiser betwist de door het CAK vastgestelde hoge eigen bijdrage voor zorg in een instelling over 2022 en verzoekt om herziening van eigen bijdragen over 2017 tot en met 2021. Hij stelt dat de berekening onjuist is vanwege een te hoog vastgesteld verzamelinkomen door de Belastingdienst, mede naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 over de vermogensrendementsheffing.
De rechtbank oordeelt dat het CAK bij de berekening gebonden is aan de door de Belastingdienst vastgestelde inkomens- en vermogensgegevens en geen ruimte heeft om hiervan af te wijken. Het arrest van de Hoge Raad leidt niet tot een andere beoordeling, omdat alleen de Belastingdienst bevoegd is het verzamelinkomen te wijzigen. De vermogensinkomensbijtelling is een gerechtvaardigde inbreuk op het eigendomsrecht en blijft van toepassing.
Hoewel de rechtbank een schending van de hoorplicht vaststelt, wordt dit gebrek gepasseerd omdat eiser niet is benadeeld en zijn bezwaren alsnog schriftelijk en mondeling heeft kunnen toelichten. Het verzoek tot herziening van eerdere eigen bijdragen wordt afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Het CAK wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.