In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tynaarlo heeft verleend voor de bouw van een basisschool met kinderdagverblijf op een perceel in de gemeente. Eiseres maakt bezwaar tegen deze vergunning en stelt dat het besluit onzorgvuldig is genomen, dat zij mocht vertrouwen op woningbouw op de locatie en dat het college mogelijk detournement de pouvoir heeft gepleegd.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het college de vergunning terecht heeft verleend. Er is voldoende participatie geweest, waarbij informatieavonden zijn gehouden en zorgen van omwonenden zijn betrokken. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat er geen concrete toezeggingen zijn gedaan dat er geen school zou komen. Ook is er geen sprake van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
De afwijking van de beheersverordening is beperkt en het college heeft de belangen zorgvuldig afgewogen. De functie van het kinderdagverblijf wordt ruimtelijk gelijkgesteld aan een basisschool. Er is geen bewijs dat het college onrechtmatig heeft gehandeld of dat er een duidelijk beter alternatief met minder bezwaren bestaat. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.