Uitspraak
[eiser] , uit [woonplaats eiser] , eiser
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
.Naar het oordeel van de rechtbank is er geen sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank is van oordeel dat eiser de door de inspecteur gemaakte proceskosten niet hoeft te vergoeden. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot deze oordelen komt en welke gevolgen deze oordelen hebben.
Paragraph 3 applies to the remuneration of crews of ships or aircraft operated in international traffic, or of boats engaged in inland waterways transport, a rule which follows up to a certain extent the rule applied to the income from shipping, inland waterways transport and air transport, that is, to tax them in the Contracting State in which the place of effective management of the enterprise concerned is situated.”
Shipping, inland waterways transport and air transport”. De Engelse tekst van artikel 8 van Pro het Verdrag is gelijk aan de Engelse tekst van artikel 8 van Pro het OESO-modelverdrag 2008. Voor zover van belang is hierin opgenomen:
1. Profits from the operation of ships or aircraft in international traffic shall be taxable only in the Contracting State in which the place of effective management of the enterprise is situated.”
4. The profits covered consist in the first place of the profits directly obtained by the enterprise from the transportation of passengers or cargo by ships or aircraft (whether owned, leased or otherwise at the disposal of the enterprise) that it operates in international traffic. However, as international transport has evolved, shipping and air transport enterprises invariably carry on a large variety of activities to permit, facilitate or support their international traffic operations. The paragraph also covers profits from activities directly connected with such operations as well as profits from activities which are not directly connected with the operation of the enterprise's ships or aircraft in international traffic as long as they are ancillary to such operation.
feitelijkgelijk aan zijn buitenlandse collega’s, maar hij valt onder een ander rechtsstelsel dan zijn Belgische en Zweedse collega’s. De Belgische en Zweedse rechters hebben geen uitleg gegeven over het Nederlandse Verdrag en mogen dit ook niet. De Belgische en Zweedse rechters hebben hier namelijk geen jurisdictie. Eiser kan geen aanspraak maken op recht dat hier niet geldt. Er is dus geen sprake van
rechtensgelijke gevallen. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor het gevoel van eiser dat hij ongelijk wordt behandeld ten opzichte van (sommige van) zijn buitenlandse collega’s, kan dit niet tot een ander oordeel leiden, omdat de rechtbank dit niet kan meewegen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.M.A. Veenstra, griffier.