Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen:
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Noord-Nederland
Eiseres verzocht de staatssecretaris om handhavend op te treden tegen de gas- en zoutwinning in de Waddenzee vanwege mogelijke schadelijke gevolgen door bodemdaling en versnelde zeespiegelstijging. De staatssecretaris wees dit verzoek af, stellende dat de winning binnen de vastgestelde gebruiksruimte bleef en het hand-aan-de-kraanprincipe werd gevolgd.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris ten tijde van het primaire besluit geen geldig gebruiksruimtebesluit had en onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de na-ijleffecten van de delfstoffenwinning, mede gelet op nieuwe wetenschappelijke inzichten van het KNMI over zeespiegelstijging. Daarnaast heeft de staatssecretaris nagelaten advies in te winnen bij de Auditcommissie gaswinning onder de Waddenzee, zoals voorgeschreven in de natuurvergunning.
Hierdoor is het besluit in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel tot stand gekomen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt de staatssecretaris om opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen. Tevens wordt de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak.