ECLI:NL:RVS:2025:854
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving permanente bewoning recreatiewoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Ede legde aan appellant een last onder bestuursdwang op om de permanente bewoning van zijn recreatiewoning te beëindigen, omdat dit in strijd is met het bestemmingsplan. Appellant betoogde dat handhaving onevenredig is vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder concreet zicht op legalisatie en schending van zijn en zijn gezin hun rechten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het college bevoegd is handhavend op te treden en dat het ontbreken van concreet zicht op legalisatie vaststaat. Het college voert een actief beleid tegen permanente bewoning van recreatiewoningen, mede vanwege het belang van recreatie en toerisme en de bescherming van natuurgebieden.
Hoewel de gevolgen voor appellant en zijn gezin ingrijpend zijn, weegt het algemeen belang bij handhaving zwaarder. Het college heeft voldoende rekening gehouden met de belangen van appellant en zijn gezin. Het beroep op internationale verdragen faalt omdat de beperking wettelijk is voorzien en noodzakelijk is in het algemeen belang.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. De bestuursdwang wordt bij wijze van voorlopige voorziening tijdelijk geschorst tot 26 weken na verzending van deze uitspraak, om appellant een extra termijn te geven om de bewoning te staken.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; last onder bestuursdwang bevestigd met tijdelijke schorsing.