Betrokkene kreeg een boete van €440 opgelegd wegens het rijden van 25 km/u te hard binnen de bebouwde kom op de Vierhuisterweg in Surhuisterveen. Hij stelde dat hij niet zo hard had gereden en dat de locatie van de meting onvoldoende duidelijk was. Ook voerde hij aan dat de politie te dicht op hem reed, waardoor de meting onjuist zou zijn.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisanten en het zaakoverzicht voldoende bewijs vormen, tenzij concrete omstandigheden twijfel zaaien. De enkele betwisting van betrokkene was onvoldoende. De verklaring dat hij snel naar de winkel moest, en het ontbreken van onderbouwing voor wisselende tussenafstand, versterkten het bewijs van de overtreding.
Verder is de pleeglocatie slechts indicatief en hoeft niet nader omschreven te worden. Het feit dat betrokkene staande is gehouden impliceert dat hem de locatie bekend was. Het rijden te dicht op betrokkene door de politie maakt de boete niet ongeldig.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.