ECLI:NL:RBNNE:2025:5860

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
11695302 \ CV EXPL 25-2807
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:220 BWArt. 6:119 BWArt. 150 RvArtikel 19 Woningwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huurder moet meewerken aan redelijk renovatievoorstel voor aansluiting op warmtenet

De zaak betreft een geschil tussen huurder en verhuurder over een renovatievoorstel voor de aansluiting van de huurwoning op het warmtenet, waarbij de huurder niet instemde met het voorstel. De verhuurder had een renovatievoorstel gedaan dat door 70% van de huurders was geaccepteerd, maar de huurder betwistte de redelijkheid en stelde onvoldoende geïnformeerd te zijn.

De kantonrechter oordeelde dat de aansluiting op het warmtenet als renovatiewerkzaamheden kwalificeert en dat het renovatievoorstel redelijk is. De huurder kon niet worden geacht al te hebben ingestemd met de aansluiting via een eerdere akkoordverklaring. Het bewijsvermoeden van redelijkheid van het voorstel geldt niet omdat minder dan 70% van de huurders daadwerkelijk had ingestemd.

Na belangenafweging woog het belang van de verhuurder om de woningen te verduurzamen en de energiekosten te verlagen zwaarder dan de bezwaren van de huurder. De huurder werd veroordeeld tot medewerking aan de renovatiewerkzaamheden en het gedogen van toegang tot de woning, met een dwangsom bij weigering. De vorderingen van de huurder werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot medewerking aan aansluiting woning op warmtenet en vorderingen afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: 11695302 \ CV EXPL 25-2807
Vonnis van 9 december 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. E.T. van Dalen,
tegen
CHRISTELIJKE WONINGSTICHTING PATRIMONIUM,
gevestigd te Groningen,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Patrimonium,
gemachtigde: mr. B.M.B. Gruppen.

1.Waar gaat het over?

1.1.
[eiser] huurt een woning van Patrimonium. Patrimonium wil de huurwoning aansluiten op het warmtenet van WarmteStad en afsluiten van het gas. Daarom heeft Patrimonium op 10 februari 2025 een renovatievoorstel gedaan. [eiser] heeft daarmee niet ingestemd en meent dat het renovatievoorstel onredelijk is omdat hij niet voldoende door Patrimonium is geïnformeerd en zijn keuzemogelijkheden voor energieleveranciers verliest. [eiser] vraagt de kantonrechter in deze procedure te verklaren voor recht dat het renovatievoorstel niet redelijk is en dat Patrimonium een nieuw renovatievoorstel moet doen.
1.2.
Patrimonium betwist dat het renovatievoorstel niet redelijk is. Zij voert in de eerste plaats aan dat zij geen renovatievoorstel hoeft te doen omdat de werkzaamheden dringende werkzaamheden zijn. Voor zover wel een renovatievoorstel nodig is, geldt dat 70% van de huurders met het voorstel heeft ingestemd. Het renovatievoorstel wordt om die reden vermoed redelijk te zijn, aldus Patrimonium. Zij heeft de tegenvordering ingesteld dat [eiser] zijn medewerking verleent aan de renovatiewerkzaamheden op straffe van een dwangsom.
1.3.
De kantonrechter zal oordelen dat sprake is van een renovatievoorstel en dat dit een redelijk renovatievoorstel is. Om die reden zullen de vorderingen van [eiser] worden afgewezen en de tegenvorderingen van Patrimonium worden toegewezen. Dat leidt ertoe dat [eiser] zijn medewerking zal moeten verlenen aan de voorgestelde renovatiewerkzaamheden. Dit wordt uitgelegd in paragraaf 5 van dit vonnis.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 24 juni 2025,
- de conclusie van antwoord in reconventie van 16 oktober 2025,
- de akte aan de zijn van Patrimonium van 20 oktober 2025, met de aanvullende producties 16, 17 en 18,
- de mondelinge behandeling van 27 oktober 2025, waar [eiser] , bijgestaan door mr. Van Dalen, en de heer [naam 1] en de heer [naam 2] namens Patrimonium en bijgestaan door mr. Gruppen, zijn verschenen. Partijen hebben ter zitting hun standpunten verder toegelicht, Patrimonium deels aan de hand van spreekaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de zitting is besproken.
2.2.
De kantonrechter heeft vervolgens bepaald dat zij vandaag vonnis wijst.

3.De feiten

3.1.
Patrimonium is een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van Pro de Woningwet. Zij is werkzaam op het gebied van de volkshuisvesting.
3.2.
[eiser] huurt van Patrimonium de zelfstandige woning op het adres [het gehuurde] (hierna: het gehuurde). Op de huurovereenkomst zijn de algemene voorwaarden huurovereenkomst zelfstandige woonruimte van Patrimonium van toepassing verklaard.
3.3.
Het gehuurde maakt onderdeel uit van een complex met in totaal 33 woningen. Het appartement van [eiser] bevindt zich op de onderste woonlaag. Boven het appartement van [eiser] zijn nog twee appartementen gevestigd die door Patrimonium worden verhuurd.
3.4.
Op grond van een aparte bruikleenovereenkomst, die op 15 november 2017 tussen Patrimonium en [eiser] tot stand is gekomen, heeft [eiser] een deel van de gemeenschappelijke groenvoorziening achter het appartementencomplex in bruikleen gekregen.
3.5.
Op 26 april 2022 heeft [eiser] een akkoordverklaring ondertekend. De daarin genoemde renovatiewerkzaamheden zijn door Patrimonium in 2022 uitgevoerd. Bij het renovatievoorstel heeft Patrimonium een informatiefolder uitgedeeld, waarin zij – onder meer – aangeeft het gehuurde op het warmtenet aan te willen sluiten.
3.6.
[eiser] en Patrimonium hebben meermaals contact gehad naar aanleiding van de vragen die [eiser] heeft over de aansluiting van het gehuurde op het warmtenet.
3.7.
Patrimonium heeft begin 2025 opnieuw haar voornemen uitgesproken om – onder meer – de woningen in het complex waarin zich ook het gehuurde bevindt, aan te sluiten op het warmtenet. Daartoe heeft Patrimonium op 10 februari 2025 een informatiebijeenkomst met de huurders georganiseerd. Vervolgens is een renovatievoorstel gedaan.
3.8.
Op 10 maart 2025 heeft Patrimonium aan [eiser] laten weten dat 70% van de huurders met het renovatievoorstel heeft ingestemd. [eiser] heeft met het voorstel niet ingestemd.

4.De vorderingen

in conventie
4.1.
[eiser] vordert in conventie bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te verklaren voor recht dat het renovatievoorstel dat Patrimonium op 10 februari 2025 aan [eiser] heeft gedaan met betrekking tot het aansluiten van de woning van [eiser] op het warmtenet niet redelijk is en Patrimonium op te dragen om binnen een maand na betekening van het in dezen te wijzen vonnis een nieuw voorstel aan [eiser] te doen met betrekking tot de aansluiting van zijn woning op het warmtenet althans een beslissing te nemen zoals de kantonrechter in goede justitie zal vermenen te behoren en met veroordeling van Patrimonium in de kosten van deze procedure, waaronder het nasalaris van de gemachtigde van [eiser] .
4.2.
Patrimonium voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure, waaronder de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
4.4.
Patrimonium vordert in reconventie bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. [eiser] te veroordelen zijn volledige medewerking te verlenen aan de voorgenomen werkzaamheden tot het aansluiten van de huurwoning [het gehuurde] op het warmtenet van Warmtestad en derhalve in dat verband werkzaamheden in, aan en bij de woning te gedogen, alsook de tuin en daartoe medewerkers van Patrimonium en Warmtestad en door hen in te schakelen derden op eerste verzoek toegang te verlenen tot het gehuurde, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 aan Patrimonium te voldoen voor iedere keer dat [eiser] deze medewerking weigert;
II. Veroordeling van [eiser] in de kosten van het geding, te vermeerderen met de nakosten alsook te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf veertien dagen na het wijzen van het vonnis tot de dag der algehele voldoening.
4.5.
[eiser] voert verweer. [eiser] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Patrimonium, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Patrimonium, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Patrimonium in de kosten van deze procedure.
4.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
De vorderingen in conventie en reconventie hangen nauw met elkaar samen, zodat de kantonrechter deze gezamenlijk zal bespreken.
5.2.
Patrimonium heeft een renovatievoorstel gedaan dat ziet op renovatie van meer dan tien woningen die een bouwkundige eenheid vormen. Op 10 maart 2025 heeft Patrimonium bericht dat meer dan 70% van de huurders met het renovatievoorstel heeft ingestemd. Omdat [eiser] niet met het renovatievoorstel heeft ingestemd heeft [eiser] , op grond van artikel 7:220 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), acht weken tijd om een beslissing van de kantonrechter te vorderen over de redelijkheid van het renovatievoorstel.
5.3.
De inleidende dagvaarding is op 2 mei 2025, en daarmee binnen de termijn van acht weken, aan Patrimonium betekend. De kantonrechter oordeelt dan ook dat [eiser] deze procedure tijdig is gestart, zodat kan worden toegekomen aan een beoordeling van de vorderingen die door [eiser] en Patrimonium zijn ingesteld.
Er is sprake van renovatiewerkzaamheden
5.4.
Patrimonium heeft ter zitting aangevoerd dat de aansluiting op het warmtenet dringende werkzaamheden zijn, zodat [eiser] op grond van artikel 7:220 lid 1 BW Pro zijn medewerking moet verlenen en geen renovatievoorstel nodig is. De kantonrechter volgt Patrimonium daarin niet en licht dat als volgt toe.
5.5.
Energiebesparende maatregelen, zoals aansluiting op het warmtenet, worden geacht te leiden tot een toename van het woongenot [1] . Werkzaamheden die zijn gericht zijn op een toename van het woongenot, kwalificeren als renovatiewerkzaamheden [2] . Ook Patrimonium zelf heeft de werkzaamheden steeds als renovatiewerkzaamheden beschouwd, wat wel blijkt uit de renovatieclausule die zij heeft opgenomen in nieuwe huurovereenkomsten, het renovatievoorstel dat zij aan haar huurders heeft gedaan en de inhoud van de conclusie van antwoord aan de zijde van Patrimonium, waarin zij in gaat op – de redelijkheid van – het renovatievoorstel. Daarbij wordt niet gesproken van dringende werkzaamheden.
5.6.
De kantonrechter oordeelt daarom dat de voorgenomen aansluiting op het warmtenet renovatiewerkzaamheden zijn, zodat het van wege artikel 7:220 lid 2 BW Pro op de weg van Patrimonium ligt een redelijk renovatievoorstel te doen.
Het renovatievoorstel is niet eerder door [eiser] aanvaard
5.7.
Patrimonium heeft verder ter zitting aangevoerd dat [eiser] niet met het renovatievoorstel van 10 februari 2025 hoeft in te stemmen, omdat hij al op 26 april 2022 met verduurzamingswerkzaamheden heeft ingestemd. Die verduurzamingswerkzaamheden zijn ter voorbereiding op de aansluiting op het warmtenet geweest, zodat in de instemming met de verduurzamingswerkzaamheden impliciet ligt besloten dat [eiser] instemt met aansluiting op het warmtenet, aldus Patrimonium.
5.8.
De kantonrechter overweegt dat niets in de akkoordverklaring van 26 april 2022 aanleiding geeft te veronderstellen dat [eiser] heeft ingestemd of heeft willen instemmen met aansluiting op het warmtenet. Daar komt bij dat de akkoordverklaring wordt toegelicht in de informatiebrief van 4 april 2022, waaruit juist volgt dat in de loop van 2022 meer informatie zal worden verstrekt over de aansluiting op het warmtenet en een passend (renovatie)voorstel zal worden gedaan.
5.9.
Daarmee heeft Patrimonium naar het oordeel van de kantonrechter de aansluiting op het warmtenet uitdrukkelijk buiten het eerste renovatievoorstel geplaatst. Daarnaast heeft zij in haar eigen informatiebrief een tweede renovatievoorstel aangekondigd. Daarom kan van een impliciete instemming door ondertekening van de eerste akkoordverklaring, naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake zijn.
Het bewijsvermoeden geldt niet
5.10.
Vervolgens wordt toegekomen aan de beoordeling van -de redelijkheid van- het renovatievoorstel. De kantonrechter overweegt dat het vermoeden van redelijkheid van het renovatievoorstel, zoals dat volgt uit artikel 7:220 lid 3 BW Pro, alleen procesrechtelijke betekenis heeft. Het is derhalve niet zo dat in het geval 70% of meer van de huurders heeft ingestemd met het voorstel, daarmee vaststaat dat het voorstel tegenover alle niet meewerkende huurders redelijk is. Het artikel verlegt slechts het procesinitiatief en de bewijslast naar de huurder die tegen het voorstel wil opkomen. Die huurder zal in het kader van tegenbewijs voldoende aannemelijk moeten maken dat het voorstel jegens hem niet redelijk is.
5.11.
[eiser] stelt dat minder dan 70% van de huurders met het renovatievoorstel heeft ingestemd, zodat het bewijsvermoeden niet opgaat. [eiser] licht daarbij toe dat Patrimonium bij de berekening ten onrechte de huurders meetelt die een huurovereenkomst hebben ondertekend met daarin een ‘renovatieclausule’. Die huurders zijn onvoldoende voorgelicht over de renovatiewerkzaamheden zodat de instemmingen van die huurders moeten worden vernietigd, aldus [eiser] . Patrimonium weerspreekt dat en voert aan dat zij, met het oog op de toekomstige aansluiting op het warmtenet, de renovatieclausule in haar nieuwe huurovereenkomsten heeft opgenomen en met de (aspirant-)huurders heeft besproken. Dat volgt ook uit de renovatieclausule, waarin staat opgenomen dat huurders voldoende zijn geïnformeerd over de renovatiewerkzaamheden, aldus Patrimonium.
5.12.
De kantonrechter overweegt dat de wetgever er niet in heeft voorzien hoe een renovatievoorstel moet worden gedaan of waar het uit moet bestaan. Wel zal het renovatievoorstel in ieder geval schriftelijk moeten worden gedaan en de punten moeten vermelden die vereist zijn om het voorstel op redelijkheid te kunnen toetsen. Daartoe wordt onder meer gerekend welke vernieuwingen de verhuurder wil aanbrengen, de daarmee gemoeide duur, de gevolgen voor de huurprijs en de tegemoetkomingen voor de huurder zoals vergoedingen of een vervangend huurobject [3] .
5.13.
De renovatieclausule die Patrimonium in haar huurovereenkomsten heeft opgenomen, heeft niet het karakter van een voorstel dat op redelijkheid door de kantonrechter kan worden getoetst maar het karakter van een verplichte instemming. De renovatieclausule bevat daarvoor te weinig informatie. Daarnaast volgt uit de renovatieclausule onvoldoende duidelijk dat het een voorstel betreft als bedoeld in artikel 7:220 lid 3 BW Pro en heeft Patrimonium desgevraagd tijdens de zitting aangegeven niet te kunnen bevestigen dat de huurovereenkomst ook tot stand zou zijn gekomen als de huurder niet met de renovatieclausule had willen instemmen.
5.14.
Vanwege het voorgaande oordeelt de kantonrechter dat ondertekening van een huurovereenkomst met een renovatieclausule niet kan worden gezien als een akkoordverklaring met een renovatievoorstel, zodat deze buiten beschouwing moeten worden gelaten bij de berekening van het aantal huurders dat met het renovatievoorstel heeft ingestemd. Dat leidt ertoe dat negentien ondertekende renovatievoorstellen resteren, waarvan de juistheid tussen partijen niet in geschil is. Gelet op het totaal aantal van 33 huurders in het complex, heeft 58% van de huurders met het renovatievoorstel ingestemd en is het bewijsvermoeden niet van toepassing. Dat leidt ertoe dat het niet (langer) op de weg van [eiser] ligt te stellen en te onderbouwen dat het renovatievoorstel onredelijk is, maar ligt het wegens artikel 150 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) op de weg van Patrimonium te stellen en te onderbouwen dat het voorstel redelijk is. De kantonrechter kan dat in deze procedure ook beoordelen omdat Patrimonium in reconventie medewerking van [eiser] vordert.
Het renovatievoorstel is redelijk
5.15.
De vraag of het renovatievoorstel van Patrimonium redelijk is, moet worden beantwoord aan de hand van een belangenafweging. Bij deze belangenafweging spelen alle relevante omstandigheden een rol, waaronder de aard en de duur van de renovatiewerkzaamheden, de financiële consequenties voor beide partijen en de hinder en de schade die de huurder ondervindt. Niet vereist is dat er een noodzaak bestaat tot renovatie.
5.16.
In paragraaf 5.5. heeft de kantonrechter vastgesteld dat de voorgenomen aansluiting op het warmtenet moet worden beschouwd als een maatregel die het woongenot verhoogt, zodat de kantonrechter dit tot uitgangspunt neemt bij de verdere beoordeling van het renovatievoorstel. Verder stelt de kantonrechter vast dat het renovatievoorstel dat Patrimonium heeft gedaan, voldoende ingaat op welke vernieuwingen Patrimonium wil aanbrengen, de daarmee gemoeide duur, de gevolgen voor de huurprijs en welke tegemoetkomingen [eiser] worden aangeboden, zoals het vervangen van het kooktoestel waar dat nodig is en het leveren van een nieuwe pannenset.
5.17.
Patrimonium heeft daarnaast onweersproken gesteld dat aansluiting op het warmtenet slechts complexgewijs kan worden uitgevoerd, waarbij de huurwoning van [eiser] geldt als ‘doorvoerwoning’ voor de appartementen die boven die van [eiser] zijn gelegen. De aansluiting op het warmtenet is daarmee in feite voor het gehele complex niet te realiseren zonder de medewerking van [eiser] . Verder heeft Patrimonium – eveneens onweersproken – gesteld dat aansluiting op het warmtenet een groter belang dient, gelet op de opdracht die zij als toegelaten instelling heeft om haar huurwoningen te verduurzamen en daar waar mogelijk – in lijn met het doel van de gemeente Groningen – van het gas af te sluiten. Zij stelt verder dat aansluiting op het warmtenet voor alle huurders, inclusief [eiser] , een kostenbesparing oplevert.
5.18.
Tegenover deze belangen van Patrimonium staan de bezwaren van [eiser] tegen de renovatieplannen. [eiser] heeft in dat kader aangevoerd dat hij onvoldoende is voorgelicht, zodat de gevolgen van de renovatiewerkzaamheden hem niet voldoende duidelijk zijn.
Om die reden valt voor [eiser] niet te overzien welke financiële gevolgen de renovatiewerkzaamheden met zich brengen. Daarnaast verliest [eiser] met de aansluiting op warmtenet zijn keuzemogelijkheid voor leverancier omdat hij gebonden zal zijn aan WarmteStad.
5.19.
Naar het oordeel van de kantonrechter wegen de belangen van Patrimonium zwaarder dan de belangen van [eiser] . De renovatiewerkzaamheden die aan [eiser] zijn voorgesteld, zijn in lijn met de opdracht die Patrimonium heeft om haar huurwoningen te verduurzamen. Patrimonium heeft er dan ook een zwaarwegend belang bij dat de werkzaamheden in het complex van [eiser] , die al in ver gaande mate door Patrimonium ook zijn voorbereid, niet verder worden uitgesteld en tot vertraging leiden. Hoewel Patrimonium niet kan aangeven wat exact de financiële gevolgen voor [eiser] zijn, heeft zij voorgerekend dat de aansluiting op warmtenet leidt tot een geschatte besparing van € 124,00 op jaarbasis. [eiser] heeft de juistheid van deze berekening betwist, maar stelt daar in het geheel niets tegenover waaruit volgt dat de berekening niet juist is. Patrimonium heeft daarnaast onweersproken gesteld dat de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) de maximale tarieven vaststelt en WarmteStad lagere tarieven dan de door ACM vastgestelde tarieven hanteert. Daarmee valt niet in te zien dat [eiser] een financieel risico loopt.
Dat voor [eiser] niet geheel duidelijk is welke financiële gevolgen de aansluiting op het warmtenet zal hebben, kan er niet toe leiden dat [eiser] een meer zwaarwegend belang heeft.
5.20.
Voor zover [eiser] meent dat hij niet voldoende is geïnformeerd, volgt uit de door Patrimonium overgelegde correspondentie het tegendeel. Die correspondentie geeft er blijk van dat [eiser] uitvoerig is geïnformeerd en dat Patrimonium meer dan eens de tijd heeft genomen om de bezwaren van [eiser] te bespreken en – waar mogelijk – weg te nemen.
5.21.
Het is verder gegeven dat [eiser] minder keuzemogelijkheden heeft wat betreft zijn leverancier, maar [eiser] heeft niet onderbouwd dat dit op enige wijze nadelig voor hem is. Dat [eiser] mogelijk een overstapkorting misloopt is niet gebleken en kan naar het oordeel van de kantonrechter ook niet zwaarder wegen dan de belangen die Patrimonium heeft bij uitvoering van de renovatiewerkzaamheden.
5.22.
Dat maakt dat de kantonrechter zal oordelen dat het renovatievoorstel redelijk is. Hoewel [eiser] ter zitting heeft aangevoerd dat hij zijn medewerking zal verlenen als blijkt dat het renovatievoorstel redelijk is, ziet de kantonrechter aanleiding de tegenvordering van Patrimonium toe te wijzen en [eiser] te veroordelen zijn medewerking te verlenen. Patrimonium heeft onweersproken gesteld dat op korte termijn zal worden gestart met de renovatiewerkzaamheden. Van Patrimonium kan niet in redelijkheid worden verlangd dat zij een nieuwe procedure start wanneer [eiser] alsnog zijn medewerking weigert. Dat maakt dat de kantonrechter de vorderingen van Patrimonium zal toewijzen en daaraan een dwangsom zal verbinden, die wordt gematigd tot € 100,00 per dag dat [eiser] zijn medewerking niet verleent, met een maximum van € 3.000,00.
5.23.
De proceskosten komen, zowel in conventie als in reconventie voor rekening van [eiser] omdat hij ongelijk krijgt. Daarbij zal [eiser] ook veroordeeld worden in de nakosten. De kantonrechter ziet in de verwevenheid van de vorderingen aanleiding om de proceskosten in reconventie te begroten op nihil.
5.24.
De proceskosten van Patrimonium worden om die reden begroot op:
- salaris gemachtigde
542,00
(2 punten × € 271,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
677,00
5.25.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
6.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
6.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 677,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
in reconventie
6.5.
veroordeelt [eiser] ertoe zijn volledige medewerking te verlenen aan de voorgenomen werkzaamheden tot het aansluiten van de huurwoning [het gehuurde] op het warmtenet van Warmtestad en derhalve in dat verband werkzaamheden in, aan en bij de woning te gedogen, alsook de tuin en daartoe medewerkers van Patrimonium en Warmtestad en door hen in te schakelen derden op eerste verzoek toegang te verlenen tot het gehuurde,
6.6.
veroordeelt [eiser] om aan Patrimonium een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere keer dat [eiser] zijn medewerking aan de renovatiewerkzaamheden weigert door medewerkers van Patrimonium en Warmtenet en door hen in te schakelen derden niet op eerste verzoek toegang te verlenen tot het gehuurde en de tuin, tot een maximum van € 3.000,00 is bereikt,
6.7.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Patrimonium tot en met vandaag vaststelt op nihil,
6.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Boerlage-van den Bosch en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.
66747

Voetnoten

1.Gerechtshof Den Haag 22 november 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3134
2.Hoge Raad 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:726
3.Kamerstukken II, 1997-1998, 26089, nr. 3 (MvT), pag. 31