Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 21 mei 2026 in de zaken tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Eindhoven, de inspecteur.
Inleiding
Feiten
- de in aftrek gebrachte kosten bij het resultaat uit overige werkzaamheden;
- de in aftrek gebrachte rente bij de inkomsten uit eigen woning;
- de in aftrek gebrachte uitgaven voor onderhoudsverplichtingen;
- de in aftrek gebrachte giften.
De partneralimentatie is een tikfoutje maar is inderdaad van de zoon [naam 5] ten behoeve van ouderlijke bijdrage studie , deze gegevens kunt u gewoon controleren bi DUO en volgens mij is dat wel degelijk aftrekbaar.
“Persoonsgebonden aftrek
Naam Inhoudingsplichtige (BvR) Tijdvak Loonheffing Loon
WMW dienstverlening heeft mij een jaaropgave 2020 gegeven. U wilt daarvan afwijken met bedrag van 1061 euro voor de maanden januari en februari. Dit is echt feitelijk onjuist wat ik ook kan aantonen met een berekening: totaal verdiensten 2451 voor 10 maanden dus per maand : 245,10 euro waarbij aangetekend dat ik in zomervakantie meer werk dan normaal. Ik heb echt geen 1061 in de maanden januari/februari 2020 verdient, weet ook niet waar de tijd er voor weg moet halen, werk 4 uren per week voor dit bedrijf.
Onderhoudsplichtig betreffende kosten van de zoon [naam 5] is wel degelijk, het bedrag 2880 euro is de vrijwilliger ouderlijke bijdrage voor zijn studiefinanciering.
- Ik ben ook vrijwilliger samen met mijn vrouw voor Greenpeace in 2020 zie bijlage. Graag wil ik [stichting] veranderen in Greenpeace, deze organisatie is zoals u weet wel aangesloten bij ANBI. Wij hebben geen vrijwilligersvergoeding gekregen dus mogen wij als giftenaftrek gebruiken. Wij doen dit in belang van onze aarde!!!
- Ook heb ik donatie gedaan voor Greenpeace , 120 euro zie bijlage.”
“Greenpeace Nederland
Greenpeace Nederland
Mijn verzoek betreft:
heeft voorgenoemde persoon en/of partner van voorgenoemde persoon, in 2020 vrijwilligerswerk verricht voor Greenpeace Nederland. Zo ja, bestaat er recht op een vergoeding voor de verrichtte werkzaamheden, voor welk bedrag bestaat er recht en is door de vrijwilliger(s) besloten af te zien van uitbetaling van deze vergoeding.(…)”
We kunnen inderdaad bevestigen dat de persoon in kwestie donateur van Greenpeace is en in 2020 heeft gesteund met een totaal bedrag van €120,-. Het is echt niet gelukt om te achterhalen of meneer in de aangegeven periode ook vrijwilligerswerk voor ons gedaan heeft.”
DANKBETUIGING
[eiser]
“3. Voornemen opleggen vergrijpboete
Verder ben ik van plan u een vergrijpboete op te leggen op grond van artikel 67d van de AWR en de regelgeving van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (BBBB). Hierna ga ik in op de boete. Ook leest u waarom ik denk dat een vergrijpboete geboden is.
Motivering boete
In het bezwaar tegen de aanslag 2012 en de tegen de uitspraak op het bezwaar 2012 ingestelde beroepszaak, waar op 12 maart 2018 uitspraak door de Rechtbank is gedaan, heeft u verzocht om giftenaftrek ad 2 x € 1.500 in verband met het afzien van een vrijwilligersvergoeding ten aanzien van [stichting] . Uit de uitspraak van de Rechtbank blijkt dat u geen recht heeft op giftenaftrek voor het afzien van een vrijwilligersvergoeding ten aanzien van [stichting] omdat u niet aan de voorwaarden voldoet, alsmede omdat de Stichting geen ANBI of steunstichting voor een SBBI is.
Bij de beoordeling van uw aangifte 2011 heeft u aangegeven dat dit bedrag ziet op betaalde alimentatie voor uw zoon [naam 5] en niet op partneralimentatie. Het bedrag aan partneralimentatie is toen gecorrigeerd en er is een forfaitair bedrag voor levensonderhoud kinderen jonger dan 30 jaar in aanmerking genomen. Ook voor het jaar 2012 is deze post overeenkomstig aan 2011 gecorrigeerd. In 2013 en 2014 heeft u deze juist aangegeven als zijnde levensonderhoud van kinderen. Met ingang van belastingjaar 2015 is deze aftrekpost voor de inkomstenbelasting komen te vervallen. In onze brief van 27 februari 2015 hebben wij u hiervan ook op de hoogte gesteld. Vanaf belastingjaar 2015 tot en met heden neemt u echter wederom een bedrag van € 2.880 als zijnde partneralimentatie in aanmerking. U heeft bij de beoordeling van de aangifte 2020 aangegeven dat het aangegeven bedrag van € 2.880 betrekking heeft op de ouderlijke bijdrage van uw zoon en dat het een tikfoutje betreft. U bent van mening dat deze bijdrage wel aftrekbaar is, maar geeft niet aan op basis waarvan. U onderbouwt de door u ingenomen stelling op geen enkele manier. Uit het feit dat u deze bijdrage meerdere jaren als partneralimentatie in aanmerking neemt, concludeer ik dat dit geen tikfoutje kan betreffen. Daarnaast heeft u het voor het jaar 2013 en 2014 deze bijdrage juist in uw aangifte vermeld en vanaf 2015, toen de aftrekpost levensonderhoud kinderen verviel, bent u deze wederom aan gaan geven als zijnde partneralimentatie. Ik ben dan ook van mening dat u willens en wetens het bedrag van € 2.880 onjuist heeft opgevoerd in uw aangifte 2020. U heeft in ieder geval de aanmerkelijke kans aanvaard dat uw handelen tot gevolg heeft dat een beboetbare gedraging wordt begaan. Ik ben van mening dat sprake is van (voorwaardelijke) opzet.
Op 22 april 2018 hebt u uitstel aangevraagd voor het doen van uw aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw) 2017
Beconregeling Uitstel verleend tot
De behandeling van uw aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2020 heeft mij aanleiding gegeven om de reeds vastgestelde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2017, aanslagnummer [nummer] , opnieuw te beoordelen.
- in aanmerking genomen bedrag aan kosten bij inkomsten uit overig werk;
- in aanmerking genomen bedrag aan betaalde onderhoudsverplichtingen;
- in aanmerking genomen bedrag aan giften.
Kennisgeving boete
Verder ben ik van plan u een vergrijpboete op te leggen op grond van artikel 67e van de AWR en de regelgeving van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (BBBB). Hierna ga ik in op de boete. Ook leest u waarom ik denk dat een vergrijpboete geboden is.
Motivering boete
Vervolg
Op 3 april 2019 hebt u uitstel aangevraagd voor het doen van uw aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw) 2018
Op 20 augustus 2019 hebt u uitstel aangevraagd voor het doen van uw aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw) 2018
Beconregeling Uitstel verleend tot
Navordering
- in aanmerking genomen bedrag aan kosten bij inkomsten uit overig werk;
- in aanmerking genomen bedrag aan betaalde onderhoudsverplichtingen;
- in aanmerking genomen bedrag aan giften.
Voornemen opleggen vergrijpboete
Motivering boete
Mondelinge toelichting
Vervolg
“
(…)Navordering
- in aanmerking genomen bedrag aan rente van eigenwoningschulden;
- in aanmerking genomen bedrag aan betaalde onderhoudsverplichtingen;
- in aanmerking genomen bedrag aan giften.
Opmerking ten aanzien inkomsten uit overig werk
Voor de volledigheid merk ik hierbij op dat ik tijdens de beoordeling, naast bovengenoemde, ook nog de volgende onjuistheid ben tegengekomen bij de inkomsten uit overig werk. In de aangifte heeft u geen bedrag aan opbrengst uit overig werk in aanmerking genomen. Dit komt niet overeen met de door [bedrijf 4] gerenseigneerde inkomsten van € 1.855. Ik ben dan ook van mening dat u onterecht geen opbrengst uit overig werk heeft aangegeven. Ondanks dat ik van mening ben dat u onterecht geen bedrag aan opbrengst uit overig werk heeft aangegeven, neem ik het verschil aan opbrengst van € 1.855 niet mee bij vaststelling van de navorderingsaanslag.
Voornemen opleggen vergrijpboete
(…)
Motivering boete
De reden waarom ik een vergrijpboete opleg, motiveer ik hierna. Mijn onderbouwing splits ik op naar twee onderdelen van de aangifte: giften en onderhoudsverplichtingen.
Mondelinge toelichting
Ik stel u in de gelegenheid uw standpunt ten aanzien van de voorgenomen navordering en vergrijpboete toe te lichten. Als u van de gelegenheid gebruik wilt maken kunt u uiterlijk 15 februari 2024 telefonisch of per e-mail een afspraak maken. (…)
Vervolg
Uit de aangifte 2011 blijkt dat u deze uitgaven hebt gedaan voor uw kind [naam 5] , geboren op [geboortedatum] 2001.”
E. betaalde alimentatie: U hebt gelijk dat het geen betaling is voor mijn ex, mevrouw [naam 4] , echter is het wel voor mijn zoon. [naam 5] .”
“Let op!
Deze e-mail zend ik u naar aanleiding van ons telefonisch onderhoud van zojuist. Tijdens dit onderhoud hebt u mij medegedeeld dat u uw ingebrekestelling wenst in te trekken. Ik heb u verzocht om dit (ook) middels een (aangetekende) brief te doen. Hierbij vermeld ik u het betreffende postadres:
Hiermee bevestig ik de gedane afspraak en de post is onderweg , ik hoop u hiermee voldoende te hebben ingelicht.”
Onderwerp: intrekking ingebrekestelling belastingjaar 2018,2019 en 2020
[eiser] .”
Inzake 2017 vermeldt het verweerschrift het volgende:
Op basis van bovenstaande informatie kom ik tot de volgende vergrijpboete:
Op basis van bovenstaande informatie kom ik tot de volgende vergrijpboete:
Op basis van bovenstaande informatie kom ik tot de volgende vergrijpboete:
Op basis van bovenstaande informatie kom ik tot de volgende vergrijpboete:
Beoordeling door de rechtbank
i) Zijn de navorderingsaanslagen IB/PVV 2017 en 2018 en de bijbehorende beschikkingen tijdig vastgesteld?
De bevoegdheid tot het vaststellen van een navorderingsaanslag vervalt door verloop van vijf jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Artikel 11, vierde lid, is te dezen van toepassing. Indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, wordt de navorderingstermijn met de duur van dit uitstel verlengd.(…)”
individueeluitstel is verleend aan eiser in plaats van uitstel op basis van een (gezamenlijk) verzoek van een adviseur (op grond van de zogenoemde BECON-regeling). Op de zitting heeft de inspecteur onweersproken gesteld dat individueel uitstel nooit automatisch wordt verleend, maar alleen als daar om wordt gevraagd. Deze bewering vindt naar het oordeel van de rechtbank steun in de specifieke (onderling verschillende) data van de verzoeken zoals de inspecteur die in het systeem heeft vermeld (zie voor de jaren 2017 en 2018: 2.21. respectievelijk 2.29.; uit Bijlage 32 en 42 van het verweerschrift volgt dat dit voor de jaren 2019 en 2020 niet anders is). De rechtbank acht het daarom uiterst onwaarschijnlijk dat aan eiser, zonder een daartoe gedaan verzoek, spontaan uitstel is verleend voor het indienen van de aangiften IB/PVV 2017 en 2018. Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank voorbij aan het door de inspecteur ter zitting gedane bewijsaanbod om alsnog de uitstelverzoeken van eiser te overleggen. De rechtbank is er immers al van overtuigd dat die uitstelverzoeken zijn gedaan.
giftenaftrek, met vergelijkbare afgeronde bedragen (2.17.), maakt dat naar het oordeel van de rechtbank niet anders. Uit alleen de (omschrijving in de) betreffende aangifte kan dat niet worden opgemaakt. In die omschrijving ontbreekt namelijk een in dat opzicht essentieel gegeven, te weten de naam van de vereniging en de stichting ( [stichting] ). Met andere woorden: de inspecteur werd niet op het spoor van [stichting] (en daarmee op de al eerder gevoerde discussie) gezet. De rechtbank wijst er ter illustratie op dat de omschrijvingen op een
andereplek in de aangifte, te weten bij de geclaimde posten in het blokje giften, wél aanknopingspunten bieden om te vermoeden dat het om juist deze vereniging en stichting ging.
eiserop dit punt aanleiding gaf om in de aangifte(historie) van zijn echtgenote te gaan kijken. In dat geval geldt de hoofdregel dat de inspecteur de dossiers van de echtgenote van eiser niet hoefde te raadplegen.
ookin verband met zijn vrijwilligerswerk voor Greenpeace recht heeft op (hetzelfde bedrag aan) giftenaftrek, doet hier niet aan af. De omschrijvingen in de aangifte leiden immers tot de conclusie dat eiser daarin giftenaftrek
ter zake van [stichting]heeft geclaimd. De rechtbank zal het aanvullende standpunt van eiser wel meewegen bij de inhoudelijke beoordeling van de (hoogte van de) navorderingsaanslagen en de vergrijpboetes (zie hierna in 6.3.3. en 6.3.4. respectievelijk 8.3.5.). [6]
ookin verband met zijn vrijwilligerswerk voor Greenpeace recht heeft op (hetzelfde bedrag aan) giftenaftrek, beoordelen. [12]
zelfzijn aangiften IB/PVV 2017, 2018, 2019 en 2020 heeft ingediend. Desgevraagd heeft zijn gemachtigde dit op de zitting bevestigd.
grove schuld.
opzet. Die conclusie kan niet tevens inhouden dat bij eiser sprake was van
grove schuld. Hieruit volgt dat de inspecteur zijn stelling dat het aan de grove schuld van eiser is te wijten dat te weinig inkomstenbelasting wordt geheven, niet heeft bewezen. Dit brengt mee dat de boetes op dit punt moeten vervallen.
grondslagvoor de boetes lager zou worden, maar dat is in dit geval niet gebeurd. Eiser heeft zijn gewijzigde standpunt immers niet aannemelijk gemaakt (zie 6.3.3. en 6.3.4.).
€ 369
€ 212
€ 184
€ 109
€ 111
€ 64
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen gericht tegen de navorderingsaanslagen 2017, 2018 en 2019 en de bijbehorende belastingrentebeschikkingen ongegrond;
- verklaart het beroep gericht tegen de aanslag 2020 en de bijbehorende belastingrentebeschikking gegrond;
- verklaart de beroepen gericht tegen de vergrijpboetebeschikkingen 2017 en 2018 gegrond;
- verklaart de beroepen gericht tegen de vergrijpboetebeschikkingen 2019 en 2020 ongegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar in zoverre;
- vermindert de vergrijpboete 2017 tot € 1.904;
- vermindert de vergrijpboete 2018 tot € 2.061;
- vermindert de vergrijpboete 2019 tot € 2.097;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2020 tot een aanslag berekend naar uitsluitend een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 53.023;
- vermindert de bijhorende belastingrentebeschikking dienovereenkomstig;
- vermindert de vergrijpboete 2020 tot een bedrag van € 1.209;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats komt van de bestreden uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt de inspecteur tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan eiser in het beroep met zaaknummer LEE 25/444 tot een bedrag van € 1.500;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht in het beroep met zaaknummer LEE 25/444 van € 53 aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van in totaal € 2.802 (€ 700,50 voor ieder beroep) aan proceskosten aan eiser.