ECLI:NL:RBNNE:2026:981
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek terugkomen van besluit Wajong-uitkering wegens laattijdige aanvraag
Eiser heeft op 11 september 2018 een Wajong-uitkering aangevraagd, maar het UWV weigerde deze toe te kennen omdat hij volgens een arbeidsdeskundig rapport nog in staat was gangbare arbeid te verrichten. Eiser maakte geen bezwaar tegen dit besluit. Pas op 5 juli 2024 diende hij een nieuw verzoek in met aanvullende medische stukken, waarop het UWV besloot hem alsnog een Wajong-uitkering toe te kennen met ingang van die datum.
Eiser maakte bezwaar tegen de ingangsdatum en stelde dat het UWV nalatig was geweest door niet tijdig medische informatie op te vragen bij het UMCG uit 2005 en 2006. De rechtbank oordeelt dat deze informatie niet als nieuw kan worden beschouwd, omdat deze al bestond vóór het eerdere besluit en eiser had moeten zorgen dat deze informatie beschikbaar was bij de eerste aanvraag.
De medische onderzoeken in 2025 bevestigden dat eiser arbeidsongeschikt is, maar de laattijdige aanvraag brengt mee dat het risico van het niet tijdig aanleveren van bewijs bij eiser ligt. De rechtbank concludeert dat het UWV geen evident onredelijk besluit heeft genomen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om terug te komen van het besluit over de Wajong-uitkering is ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de uitkering per 5 juli 2024 is terecht vastgesteld.