ECLI:NL:RBOBR:2013:2055
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken belanghebbende bij handhavingsverzoek siliconen borstimplantaten
Eisers, beiden patiënten met gezondheidsklachten door gescheurde of lekkende siliconen borstimplantaten, dienden handhavingsverzoeken in bij de Inspecteur-generaal voor de Gezondheidszorg (IGZ) om de handel en aflevering van deze implantaten te verbieden totdat absolute veiligheid was vastgesteld. Deze verzoeken werden afgewezen en de daaropvolgende bezwaren werden niet-ontvankelijk verklaard omdat eisers niet als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) konden worden beschouwd.
De rechtbank oordeelt dat eisers slechts op persoonlijke titel bezwaar hebben gemaakt en niet namens het Meldpunt Klachten Siliconen of de Stichting voor Vrouwen met Siliconen Implantaties (SVS). Verder stelt de rechtbank dat eisers geen eigen, actueel en objectief bepaalbaar belang hebben dat hen onderscheidt van anderen, aangezien hun verzoeken vooral de belangen van andere vrouwen met borstimplantaten betreffen. Ook het indienen van een verzoek of het hebben van een financieel belang bij een mogelijke schadevordering maakt hen niet tot belanghebbenden.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de bezwaarclausule in het primaire besluit geen garantie biedt voor ontvankelijkheid van het bezwaar en dat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden. Ook is er geen sprake van een schending van het beginsel van reformatio in peius, omdat eisers door de beslissing niet in een slechtere positie zijn gekomen. Omdat eisers niet als belanghebbenden worden aangemerkt, is de afwijzing van hun verzoeken geen besluit in de zin van de Awb en stond bezwaar daartegen niet open. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard omdat zij niet als belanghebbenden worden aangemerkt.