ECLI:NL:RVS:2018:2105
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over belanghebbendheid handhavingsverzoek vergunning beveiligingsorganisatie
Verzoeker, voormalig brugwachter, werd in 2008 ontslagen na een onderzoek door Buro Suver, opgericht door [persoon A] die later Marple Beheer B.V. oprichtte met een vergunning op grond van de Wpbr. Verzoeker stelde dat het onderzoek onrechtmatig was en vroeg handhavend op te treden tegen [persoon A] en Marple. De staatssecretaris weigerde een besluit te nemen en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank oordeelde dat verzoeker belanghebbende was en dat een dwangsom was verbeurd.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat verzoeker geen belanghebbende is bij het handhavingsbesluit omdat hij geen persoonlijk en actueel belang heeft dat zich voldoende onderscheidt van anderen. Het feit dat verzoeker mogelijk baat heeft bij een procedure over schadevergoeding is onvoldoende. Ook het verlopen van de vergunning per 1 september 2016 maakt het belang van verzoeker minder actueel. Hierdoor is het verzoek geen aanvraag in de zin van de Awb en is de brief van 1 april 2016 geen besluit.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. De staatssecretaris is geen dwangsom verschuldigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De Afdeling bevestigt hiermee de strikte criteria voor belanghebbendheid bij bestuursrechtelijke handhavingsverzoeken.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan belanghebbendheid en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.