Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalre, verweerder,
mr. L.A. Hoegee).
Woonstichting 'thuis'te Veldhoven, (gemachtigde: mr. W.J. Aardema).
Procesverloop
Overwegingen1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3 september 2013 heeft verweerder de begunstigingstermijn van het bestreden besluit verlengd tot twee weken nadat uitspraak is gedaan op het onderhavige verzoek om voorlopige voorziening.
In de gedingstukken heeft de voorzieningenrechter ook geen andere concrete aanknopingspunten gevonden om aan te kunnen nemen dat het vertrouwensbeginsel aan handhavend optreden in de weg staat. De gedoogbeschikking van 29 november 2005 had betrekking op het tijdelijk gedogen van de strijdige bebouwing en gebruiksactiviteiten in afwachting van het nieuwe bestemmingsplan voor het woonwagencentrum. In de gedoogbeschikking is uitdrukkelijk vermeld dat het tijdelijk gedogen voornamelijk betrekking heeft op de vastlegging van illegale situatie (‘nulmeting’) en dat, mocht het toekomstige bestemmingsplan geen goedkeuring verkrijgen van de provincie, wellicht alsnog handhavend zou worden opgetreden. In het bestemmingsplan “Woonwagencentrum Broekweg”, zoals dat op 5 maart 2013 is vastgesteld en na 30 mei 2013 in werking is getreden, is de loods niet toegestaan. Verweerder is vervolgens overgegaan tot intrekking van de gedoogbeschikking. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat, voor zover op enig moment vooruitlopend op een nieuw bestemmingsplan voor het woonwagencentrum mogelijk het vertrouwen is gewekt dat de in 2005 bestaande bebouwing kon worden gelegaliseerd en dat om die reden voorlopig niet handhavend zou worden opgetreden, dit nog niet betekent dat verweerder daar onder gewijzigde omstandigheden niet meer zou mogen overgaan. Ook dit betoog faalt.
Verder heeft verweerder ontkend dat de brand in het gemeentehuis in 2012 aanleiding is geweest voor handhavend optreden tegen de zonder vergunning gebouwde loods. Het bestreden besluit is volgens verweerder het gevolg van de beleidswijziging die in 2009 is ingezet om het woonwagencentrum te beschouwen als een regulier woongebied. De voorzieningenrechter heeft in de gedingstukken geen aanknopingspunten gevonden om hieraan te twijfelen. Het betoog faalt.
16 oktober 2013, zodat de uitspraak van de ABRS nog dit jaar te verwachten valt. Daarnaast is inmiddels beroep ingesteld bij deze rechtbank tegen het besluit op zijn bezwaar tegen de intrekking van de gedoogbeschikking uit 2005 (kenmerk SHE 13/4357).
Ook valt niet in te zien waarom de uitkomst van het beroep tegen de intrekking van de gedoogbeschikking moet worden afgewacht, nu in de procedure bij de rechtbank vooralsnog slechts ter beoordeling staat of verweerder het bezwaar van verzoeker tegen die intrekking terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Beslissing
11 oktober 2013.