ECLI:NL:RBOBR:2013:CA1791
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening voor opvang en leefgeld aan kwetsbare vreemdeling
Verzoekster, afkomstig uit Congo, heeft een aanvraag ingediend voor opvang en leef- en reisgeld bij verweerder, de gemeente 's-Hertogenbosch. Zij verblijft sinds november 2012 in Amsterdam en moet haar huidige opvang op 31 mei 2013 verlaten. Verzoekster volgt therapie in ’s-Hertogenbosch en verzoekt om hulp in de vorm van opvang en leefgeld, ongeacht de wettelijke grondslag.
Verweerder heeft het verzoek afgewezen omdat er sprake is van een voorliggende voorziening en omdat verzoekster geen rechtmatig verblijf heeft, waardoor zij geen aanspraak kan maken op bijstand of maatschappelijke ondersteuning. Het COA is volgens vaste rechtspraak het aangewezen orgaan om in zeer bijzondere omstandigheden opvang te verlenen, ook buiten de kaders van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het COA eerst moet beoordelen of verzoekster aanspraak heeft op opvang en dat verweerder terecht het verzoek heeft afgewezen. Verzoekster wordt geacht zich te wenden tot het COA en de voorzieningenrechter in Den Haag voor haar lopende beroep. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen grond voor vergoeding van proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor opvang en leefgeld wordt afgewezen omdat het COA het eerst aangewezen orgaan is en verzoekster geen aanspraak maakt op opvang via Wmo of WWB.