ECLI:NL:RBOBR:2013:CA3250
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling misbruik procesrecht en dwangsommen bij Wob-verzoeken
Eiser heeft tegen meerdere besluiten en het uitblijven daarvan van verweerder beroep ingesteld inzake verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Verweerder stelde dat eiser misbruik van procesrecht maakte door een stortvloed aan verzoeken en ingebrekestellingen, met het doel dwangsommen te incasseren. De rechtbank overweegt dat noch de Wob noch de Algemene wet bestuursrecht de mogelijkheid bieden om verzoeken buiten behandeling te laten wegens misbruik van recht.
In de concrete zaken beoordeelt de rechtbank dat in sommige gevallen sprake is van misbruik van procesrecht, bijvoorbeeld wanneer eiser beroep instelde terwijl hij wist dat er al een besluit was genomen. In andere zaken oordeelt de rechtbank dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van misbruik en dat de beroepen ontvankelijk zijn. Daarnaast vernietigt de rechtbank besluiten waarbij verweerder ten onrechte beroepen niet-ontvankelijk verklaarde of dwangsommen niet toekende op onjuiste gronden.
De rechtbank stelt vast dat ingebrekestellingen van eiser vaak onvoldoende gespecificeerd waren, waardoor sommige beroepen tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk zijn. Echter, beroepen tegen dwangsombeschikkingen blijven ontvankelijk en worden inhoudelijk beoordeeld. In enkele zaken stelt de rechtbank de hoogte van de dwangsom vast en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De rechtbank benadrukt het uitgangspunt van laagdrempeligheid in het bestuursrecht en dat misbruik van procesrecht een uitzondering is die per zaak moet worden beoordeeld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart enkele beroepen niet-ontvankelijk wegens misbruik van procesrecht, vernietigt onjuiste besluiten over dwangsommen en veroordeelt verweerder in proceskosten.