ECLI:NL:RBOBR:2015:2131
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde afwijzing verzoek telefonisch horen in WOZ-waarde bezwaar
De zaak betreft een beroepsprocedure tegen de vaststelling van de WOZ-waarde van een woning per 1 januari 2013, waarbij eiser bezwaar maakte tegen de vastgestelde waarde en tevens verzocht om telefonisch te worden gehoord. Verweerder, de heffingsambtenaar, wees dit verzoek af zonder een concrete belangenafweging.
De rechtbank stelt vast dat volgens vaste rechtspraak een verzoek tot telefonisch horen in beginsel moet worden gehonoreerd tenzij zwaarderwegende belangen zich daartegen verzetten. Verweerder heeft dit niet aannemelijk gemaakt en de argumenten voor afwijzing overtuigen niet. Hierdoor is de hoorplicht geschonden.
Ondanks deze schending wordt het beroep ongegrond verklaard omdat de vastgestelde WOZ-waarde door verweerder voldoende is onderbouwd met een taxatierapport en vergelijkingsobjecten. Eiser heeft zijn lagere waarde niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, maar de schending van de hoorplicht leidt tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.