ECLI:NL:RBOBR:2017:6677
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen schending hoorplicht bij weigering telefonisch horen in WOZ-zaak
Eiser betwist de WOZ-waarde van zijn woning en stelt dat hij ten onrechte niet telefonisch is gehoord in bezwaar. Hij beroept zich op jurisprudentie die stelt dat telefonisch horen mogelijk moet zijn, tenzij zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten.
Verweerder voert aan dat er geen afdwingbaar recht bestaat op telefonisch horen en dat het beleid van fysieke hoorzittingen niet in strijd is met beginselen van behoorlijk bestuur. De rechtbank volgt dit standpunt en oordeelt dat verweerder de weigering voldoende heeft gemotiveerd en een belangenafweging heeft gemaakt.
Ten aanzien van de WOZ-waarde stelt eiser een lagere waarde van €315.000, gebaseerd op een taxatierapport en een eerdere verkoop. Verweerder wijst op een verkoop van de woning aan eiser zelf voor €340.000, kort na de waardepeildatum, en onderbouwt hiermee de vastgestelde waarde.
De rechtbank acht de verkoopprijs van €340.000 het beste vergelijkingsobject en concludeert dat verweerder aan zijn bewijslast heeft voldaan. De WOZ-waarde is niet te hoog vastgesteld en het beroep wordt ongegrond verklaard.
De uitspraak benadrukt dat een belastingplichtige recht heeft op horen in persoon, maar niet op telefonisch horen, en dat het bestuursorgaan beleidsvrijheid heeft mits beginselen van behoorlijk bestuur worden gerespecteerd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarde van €340.000.