De zaak betreft een verzoek van GGzE tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een verpleegkundig begeleider senior wegens drugsgebruik tijdens een werkgerelateerd teamuitje op 22 april 2015. GGzE stelt dat het gedrag van de werknemer, die harddrugs gebruikte en dit aanvankelijk verzweeg, heeft geleid tot een ernstige vertrouwensbreuk die ontbinding rechtvaardigt.
De werknemer betwist dat het feest onder werktijd plaatsvond en voert aan dat het gebruik van drugs incidenteel was en niet tijdens werktijd. De kantonrechter oordeelt dat het feest weliswaar niet onder werktijd viel, maar wel een werkgerelateerd karakter had, mede door de organisatie, aanwezigheid van leidinggevenden en vrijroostering.
Voldoende bewijs is geleverd dat de werknemer harddrugs gebruikte tijdens het feest. Hoewel geen sprake was van gebruik tijdens daadwerkelijke werktijd, is het gedrag in strijd met de gedragscode en beroepscode, en leidt het tot een onherstelbare vertrouwensbreuk. Ontslag op grond van dringende reden wordt afgewezen, maar ontbinding wegens verandering in omstandigheden wordt toegewezen met ingang van 15 augustus 2015.
Gezien de lange diensttijd en leeftijd van de werknemer kent de kantonrechter een beperkte billijkheidsvergoeding van €20.000 bruto toe. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening verdeeld, met een bijdrage van GGzE bij intrekking van het verzoek.