Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2015 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats 1] , eiser,
de heffingsambtenaar van de gemeente Bladel, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 500,- per halfjaar gehanteerd. Indien de rechtsmiddelen waarmee die fase van de procedure in de betrokken zaken is ingeleid niet tegelijkertijd zijn aangewend, dient daarbij ter bepaling van de mate van overschrijding van de redelijke termijn te worden gerekend vanaf het tijdstip van indiening van het eerst aangewende rechtsmiddel.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn toe;
- veroordeelt verweerder tot het betalen aan eiser van een schadevergoeding tot een bedrag van € 1.500,-;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (Minister van Veiligheid van Justitie) tot het betalen aan eiser van een schadevergoeding van € 500,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 490,-.