De rechtbank Oost-Brabant behandelde het beroep van omwonenden tegen de omgevingsvergunning voor het plaatsen van zes lichtmasten op het tennispark Eikenlaan 18 te Vught. Na eerdere tussenuitspraak en herstelbesluiten van verweerder bleef kritiek bestaan op het geluidsrapport en de belangenafweging.
De rechtbank concludeerde dat verweerder het gebied terecht als gemengd gebied heeft aangemerkt en dat het geluidsrapport ondanks enkele kritiekpunten voldoende inzicht gaf in de geluidsbelasting. De rechtbank oordeelde dat de belangen van de tennisvereniging bij het aanbrengen van verlichting redelijkerwijs voorrang konden krijgen boven die van de omwonenden, mits aanvullende voorschriften werden verbonden.
De rechtbank stelde dat de voorwaarden in het bestreden besluit 3 onvoldoende duidelijk waren geformuleerd en niet handhaafbaar waren. Daarom vernietigde zij dit besluit en herroept de vergunning voor zover de voorwaarden niet als voorschriften waren verbonden. Vervolgens werden gedetailleerde voorschriften aan de vergunning verbonden, waaronder beperkingen op speeltijden, parkeerterreingebruik, geluidshinder en gebruik van het terras.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.