Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 maart 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
a contrarioworden afgeleid dat verweerder deze bevoegdheid niet toekomt.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser, sinds 1981 werkzaam bij de gemeente Eindhoven, werd door een reorganisatie boventallig verklaard en niet geplaatst in zijn voorkeurfuncties Business consultant I en ICT-architect I. Verweerder stelde dat eiser niet geschikt was voor deze functies, mede op basis van een assessment waarvan eiser de resultaten niet vrijgaf.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom eiser niet geschikt zou zijn, met name omdat de beoordeling niet alleen op het assessment mocht steunen maar ook op opleidings- en ervaringsgegevens en functioneringsgesprekken. Daarnaast ontbrak een duidelijke onderbouwing waarom nieuwe vaardigheden in de functie Business consultant I niet zouden aansluiten bij eerdere functies van eiser.
Ook voor de functie ICT-architect I was onvoldoende gemotiveerd dat eiser niet geschikt te maken zou zijn. De rechtbank stelde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met nader onderzoek naar geschiktheid, eventueel met een nieuw assessment. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met nader onderzoek naar de geschiktheid van eiser voor de voorkeurfuncties.