Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 17 maart 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
de heffingsambtenaar van de gemeente Helmond, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en bepleit een hogere waarde, onderbouwd met een taxatierapport. Verweerder verklaarde het bezwaar aanvankelijk niet-ontvankelijk omdat volgens de toen geldende bepalingen een hogere waarde niet mogelijk zou zijn en eiser geen fiscaal belang zou hebben.
De rechtbank stelt vast dat per 1 oktober 2015 artikel 29 van Pro de Wet WOZ is gewijzigd zonder overgangsrecht, waardoor de wijziging onmiddellijke werking heeft. Dit maakt het mogelijk dat bezwaar en beroep kunnen leiden tot een hogere WOZ-waarde dan in de beschikking of uitspraak staat. Omdat eiser eigenaar is, hoeft hij geen belang aan te tonen zoals medebelanghebbenden dat moeten.
De rechtbank vernietigt de bestreden uitspraak en geeft verweerder de gelegenheid om het bezwaar inhoudelijk te beoordelen binnen een termijn van acht weken, met inachtneming van de nieuwe wettelijke regeling. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan, waaronder over schadevergoeding en proceskosten, totdat de einduitspraak is gedaan.
Uitkomst: De rechtbank stelt verweerder in de gelegenheid het bezwaar inhoudelijk te beoordelen en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.