Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 juni 2016 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., te [plaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank veroordeelt verweerder in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de Richtlijn inzake vergoeding van proceskosten bij WOZ-taxaties voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 992 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor de zitting met een waarde per punt van € 496 met een wegingsfactor 1). Van overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de rechtbank niet gebleken.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraken voor zover aangevochten;
- stelt de waarde van object [bedrijfsobject 1] te Eindhoven per waardepeildatum 1 januari 2013, voor het kalenderjaar 2014, vast op € [bedrag] , en vermindert de daarop gebaseerde aanslagen OZB eigenaar en gebruiker dienovereenkomstig;
- stelt de waarde van object [bedrijfsobject 2] per waardepeildatum 1 januari 2013, voor het kalenderjaar 2014, vast op € [bedrag] , en vermindert de daarop gebaseerde aanslag OZB eigenaar dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;