ECLI:NL:RBOBR:2016:7143
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring in parkeerbelastingzaak met intrekking naheffingsaanslag
Opposant stelde beroep in tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting, maar de rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van griffierecht. Opposant stelde hiertegen verzet in. Uit onderzoek bleek dat de gemachtigde van opposant een rekening-courantverhouding had bij het Landelijk Dienstencentrum, waardoor het griffierecht als betaald moest worden beschouwd.
De rechtbank verklaarde het verzet gegrond, vernietigde de eerdere buiten-zittinguitspraak en hervatte het onderzoek. Tijdens de procedure trok verweerder de naheffingsaanslag in, waardoor opposant geen procesbelang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor zowel het verzet als het beroep en tot vergoeding van het betaalde griffierecht aan opposant. De zaak werd als zeer licht beoordeeld met een wegingsfactor van 0,25, gelet op de eenvoud en geringe bewerkelijkheid van parkeerbelastingzaken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege intrekking van de naheffingsaanslag; verzet wordt gegrond verklaard en verweerder veroordeeld in proceskosten en griffierecht.