Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
SHE 16/3493, SHE 16/3559, SHE 16/3680
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 mei 2017 in de zaken tussen
[persoon 1] , te [woonplaats] , eiser, [persoon 2] , te [woonplaats] ,
[persoon 6], te [woonplaats] ,
[persoon 8], te [woonplaats] , hierna gezamenlijk te noemen: eisers
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Verweerder stelt zich in beroep in zaak SHE 16/3390 ( [persoon 3] ) op het standpunt dat de waarde van het object [adres 3] per waardepeildatum 1 januari 2015
€ 771.000 bedraagt. Aangezien deze waarde lager is dan de waarde die in de bestreden uitspraak is genoemd, kan de bestreden uitspraak in die zaak niet in stand blijven. Het beroep is in die zaak in zoverre gegrond. Omdat eiser zich met de thans door verweerder voorgestane waarde voor dit object evenmin kan verenigen, beoordeelt de rechtbank tevens of de door verweerder in beroep verdedigde waarde voor dat object niet te hoog is. In geschil zijn derhalve de waarden van acht agrarische objecten op de waardepeildatum 1 januari 2015.
Verweerder verwijst ter onderbouwing van de vastgestelde waarden naar de getaxeerde waarden, zoals opgenomen in de taxatierapporten die zijn opgesteld door taxateur G.D. Staal, gecontroleerd door taxateur S.A. van Eck. Verweerders standpunt ten aanzien van de waarden van deze objecten is als volgt:
Op verweerder rust de last te bewijzen dat de door hem in beroep verdedigde waarden niet te hoog zijn. De beantwoording van de vraag of verweerder aan deze bewijslast heeft voldaan, hangt mede af van wat door eisers is aangevoerd.
Omdat de rechtbank de beroepen gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eisers het door ieder van hen betaalde griffierecht vergoedt.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraken, voor zover aangevochten;
- stelt de waarde van het object [adres 1] per waardepeildatum 1 januari 2015, voor het kalenderjaar 2016, vast op € 700.000 en vermindert de daarop gebaseerde aanslag OZB dienovereenkomstig;
- stelt de waarde van het object [adres 2] per waardepeildatum
- stelt de waarde van het object [adres 5] per waardepeildatum 1 januari 2015, voor het kalenderjaar 2016, vast op € 700.000 en vermindert de daarop gebaseerde aanslag OZB dienovereenkomstig;
- stelt de waarde van het object [adres 6] per waardepeildatum 1 januari 2015, voor het kalenderjaar 2016, vast op € 465.000 en vermindert de daarop gebaseerde aanslag OZB dienovereenkomstig;
- stelt de waarde van het object [adres 7] per waardepeildatum 1 januari 2015, voor het kalenderjaar 2016, vast op € 760.000 en vermindert de daarop gebaseerde aanslag OZB dienovereenkomstig;
- stelt de waarde van het object [adres 8] per waardepeildatum 1 januari 2015, voor het kalenderjaar 2016, vast op € 950.000 en vermindert de daarop gebaseerde aanslag OZB dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar, voor zover aangevochten;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten ter zake van verleende rechtsbijstand van eisers in beroep tot een totaalbedrag van € 1.485;
- veroordeelt verweerder in de procedures SHE 16/3348, SHE 16/3390, SHE 16/3420, SHE 16/3447, SHE 16/3559 en SHE 16/3680 in de overige proceskosten van eisers tot een bedrag van (ieder afzonderlijk) € 96,80 incl. btw.
- veroordeelt verweerder in de procedure SHE 16/3493 in de overige proceskosten van eiser tot een bedrag van € 254,10 (incl. btw).
mr. F.J.H.L. Makkinga, leden, in aanwezigheid van drs. H.A.J.A. van de Laar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2017.