Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
heffingsambtenaarvan de
gemeente Midden-Drenthe te Beilen(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De heffingsambtenaar van de gemeente Midden-Drenthe stelde de WOZ-waarde van een varkenshouderij per 1 januari 2012 vast op €427.000, later bij bezwaar verlaagd naar €399.000. Belanghebbende ging in beroep bij de rechtbank, die de waarde verder verlaagde tot €365.000. De heffingsambtenaar stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Tijdens de zitting op 23 februari 2016 werden de standpunten van beide partijen besproken. Het Hof beoordeelde dat de heffingsambtenaar terecht gebruik had gemaakt van de Taxatiewijzer en kengetallen voor agrarische objecten, rekening houdend met de specifieke omstandigheden zoals de erfverharding en de aanwezigheid van asbest.
Het Hof vond dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde van de onroerende zaak niet te hoog was vastgesteld, mede omdat het vergelijkingsobject niet was aangepast aan strengere milieuvoorschriften omtrent ammoniakuitstoot. Belanghebbende had geen onderbouwd taxatierapport ingebracht en zijn stellingen waren onvoldoende feitelijk onderbouwd.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarmee de WOZ-waarde van €399.000 werd bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €399.000 bevestigd.