ECLI:NL:RBOBR:2017:6248

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
1 december 2017
Publicatiedatum
28 november 2017
Zaaknummer
17_2020
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1a:1 Wajong 2015
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing Wajong 2015-uitkering wegens onvoldoende medische gegevens op 18e verjaardag

Eiser vroeg op 3 november 2015 een Wajong-uitkering aan, die door verweerder bij besluit van 28 juli 2016 werd afgewezen. De afwijzing was aanvankelijk gebaseerd op het feit dat eiser op zijn 18e verjaardag niet in Nederland of een EU/EER-land woonde, maar dit werd later verlaten. Verweerder stelde dat onvoldoende medische informatie beschikbaar was om de belastbaarheid van eiser op zijn 18e verjaardag vast te stellen, waardoor hij niet als jonggehandicapte in de zin van artikel 1a:1 Wajong 2015 kon worden aangemerkt.

Eiser stelde dat hij wel voldoende medische informatie had overgelegd, waaronder een functionele mogelijkhedenlijst van een psychiater, en dat hij op zijn 18e volledig arbeidsongeschikt was. De rechtbank oordeelde echter dat de medische gegevens te summier en onvoldoende objectief waren om beperkingen vast te stellen. De verzekeringsarts Bezwaar en Beroep had alle beschikbare medische informatie zorgvuldig beoordeeld en concludeerde dat de verklaringen onvoldoende duidelijk waren en niet toereikend om beperkingen op de datum in kwestie vast te stellen.

De rechtbank benadrukte dat het risico van het ontbreken van medische gegevens uit het verleden voor rekening van de aanvrager komt, zeker gezien het tijdsverloop van ongeveer 16 jaar na de 18e verjaardag van eiser. De door eiser overgelegde functionele mogelijkhedenlijst was niet voorzien van een nadere motivering en voldeed niet aan de vereisten van de Wajong 2015-beoordeling. Daarom was het oordeel van verweerder terecht dat eiser niet arbeidsongeschikt was op zijn 18e verjaardag.

Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Oost-Brabant op 1 december 2017.

Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de Wajong 2015-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende medische gegevens op de 18e verjaardag.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 17/2020

uitspraak van de meervoudige kamer van 1 december 2017 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. E. Akdeniz),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: E.A.M. Vervoort – ter Haar).

Procesverloop

Bij besluit van 28 juli 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om in aanmerking te worden gebracht voor een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong 2015), afgewezen.
Bij besluit van 6 juni 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 november 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiser is geboren op 17 september 1981. Op 3 november 2015 heeft hij een Wajong-uitkering aangevraagd. Bij primair besluit heeft verweerder deze aanvraag afgewezen omdat eiser op zijn 18e verjaardag niet in Nederland of een land van de EU, EER of Zwitserland woonde.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder deze motivering niet langer gehandhaafd. Niettemin bestaat volgens verweerder geen recht op een Wajong-uitkering, omdat er onvoldoende medische informatie beschikbaar is om de medische situatie van eiser op zijn 18e verjaardag adequaat te kunnen vaststellen. Verweerder merkt eiser niet aan als jonggehandicapte in de zin van artikel 1a:1 van de Wajong.
3. Eiser kan zich hiermee niet verenigen en stelt daartoe dat hij wel voldoende medische informatie heeft ingebracht om zijn beperkingen op zijn 18e verjaardag vast te kunnen stellen. Eiser stelt dat hij toen op basis van zijn klachten en stoornissen volledig arbeidsongeschikt was. Ter onderbouwing van zijn beroep heeft eiser een functionele mogelijkhedenlijst overgelegd, waarop door de psychiater dr. Ülkeroglu is aangegeven welke beperkingen eiser had.
4. De rechtbank stelt vast dat de aanvraag van eiser dateert van na 1 januari 2015. Dat betekent dat de Wajong 2015 van toepassing is en dat moet worden beoordeeld of verweerder terecht heeft geconcludeerd dat eiser niet is aan te merken als jonggehandicapte in de zin van artikel 1a:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wajong 2015. Volgens deze bepaling is jonggehandicapte de ingezetene die op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.
5. De rechtbank stelt voorop dat de omstandigheid dat door tijdsverloop de medische situatie in het verleden niet meer verantwoord kan worden vastgesteld, voor risico moet blijven van degene die (alsnog) een aanvraag indient. Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), bijvoorbeeld uit de uitspraken van 3 juni 2008 (ECLI:NL:CRVB:2008:BD4453), 3 september 2010 (ECLI:NL:CRVB:2010:BN6074) en 24 december 2010 (ECLI:NL:CRVB:2010:BO9240). Eiser heeft ongeveer 16 jaar na zijn 18e verjaardag een aanvraag ingediend. Het risico dat gegevens uit de relevante periode moeilijk te vinden zijn, moet, gelet op de genoemde rechtspraak, voor rekening van eiser blijven.
6. De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige
wijze heeft plaatsgevonden. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de verzekeringsarts Bezwaar en Beroep (B&B) kennis heeft genomen van de beschikbare medische informatie en alle in bezwaar overgelegde medische informatie kenbaar in de afweging heeft betrokken. De stelling van eiser dat de verzekeringsarts B&B een lichamelijk onderzoek had moeten verrichten, gelet op de lichamelijke klachten, volgt de rechtbank niet. Eisers lichamelijke klachten zijn namelijk ontstaan na een auto ongeval in 2014. Aangezien dit gelegen is ver na de datum hier in geding, 17 september 1999, zijn deze lichamelijke klachten dus niet relevant voor de beoordeling.
7. Volgens de verzekeringsarts B&B zijn de door eiser (in bezwaar) overgelegde gegevens
te summier om te belastbaarheid te kunnen vaststellen. Veel informatie ziet namelijk op de situatie van ver na eisers 18e verjaardag en de informatie van de dermatoloog uit 1991 en 1999 leidt niet tot het aannemen van beperkingen. In zijn rapport van 2 juni 2017 gaat de verzekeringsarts B&B vervolgens in op de door eiser overgelegde verklaringen van psychiater dr. F. Ülkeroglu en psychiater A.G. Dijkhuizen. Eerstgenoemde psychiater vermeldt weliswaar gegevens over de periode van 1991 tot 1999, maar zijn verklaring is te onduidelijk. Het lijkt te gaan om losse opmerkingen/aantekeningen en niet duidelijk is welk onderzoek is verricht. De kale plekken op het hoofd van eiser kunnen volgens de verzekeringsarts B&B samenhangen met stress, maar het is niet vast te stellen welke beperkingen en in welke mate moeten worden gesteld. Ook de informatie van Dijkhuizen biedt hiervoor onvoldoende aanknopingspunten. In dit verband stelt de verzekeringsarts B&B dat – gelijk deze psychiater aangeeft – het plausibel is dat de psychische klachten al aanwezig waren op het 18e jaar. Echter, de verzekeringsarts B&B acht het niet aannemelijk dat de actuele klachten en beperkingen hetzelfde zijn als toen. Er zijn inmiddels 16/17 jaar verstreken en in de tussentijd heeft eiser het nodige meegemaakt, waaronder het overlijden van zijn vader.
8. De rechtbank onderschrijft het standpunt van de verzekeringsarts B&B. Uit voormelde informatie kan worden afgeleid dat eiser op de datum in geding te maken had met psychische klachten, maar uit deze informatie kan op geen enkele wijze worden afgeleid welke beperkingen eiser had. Ook in beroep is deze duidelijkheid niet verkregen. De door eiser overgelegde functionele mogelijkhedenlijst (FML), die is ingevuld door psychiater Ülkeroglu, maakt dit niet anders. Nog daargelaten dat bij een Wajong 2015-beoordeling geen FML wordt opgesteld, maar gebruik wordt gemaakt van de zogenoemde SMBA-systematiek, acht de rechtbank daarbij van belang dat deze FML door ÜIkeroglu geenszins is voorzien van een nadere motivering. Zo is niet duidelijk op grond van welk onderzoek hij de beperkingen heeft aangenomen en op welke datum de FML betrekking heeft. Aan deze FML kan dan ook niet de door eiser gewenste waarde worden toegekend. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er dan ook onvoldoende medische objectiveerbare gegevens voorhanden, die zien op de datum in geding, op grond waarvan arbeidsbeperkingen zouden moeten worden aangenomen. Voor zover er al sprake was van het aanwezig zijn van een stoornis op de datum in geding, impliceert dit niet dat er op dat moment ook beperkingen uit voortvloeiden.
9. Uit het voorgaande volgt dat verweerder terecht heeft aangenomen dat eiser op zijn 18e verjaardag niet arbeidsongeschikt was in de zin van de Wajong 2015.
10. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.M. Rijnbeek, voorzitter, en mr. L. Soeteman en
mr. E. Benetreu, leden, in aanwezigheid van mr. P.A.M. Laro, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 december 2017.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.