Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 april 2018 in de zaak tussen
[naam] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
€ 172,30 per 4 weken.
Overwegingen
Eiser heeft lichamelijke beperkingen die hem belemmeren bij het zelf doen van de huishoudelijke taken. Eiser ontving daarom van 22 oktober 2010 tot 1 januari 2015 van verweerder een maatwerkvoorziening voor hulp bij het huishouden ingevolge de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2007.
- zwaar huishoudelijk werk: 3 uur;
Verweerder heeft de daaruit volgende financiële tegemoetkoming berekend op € 172,30 per vier weken (3,5 uur x het uurtarief van € 15,00 minus het bedrag van € 37,70 dat eiser op basis van zijn huidige inkomen zelf kan betalen).
- zwaar huishoudelijk werk + extra: 150 minuten;
- trap en slaapkamer boven in gebruik: 30 minuten;
- licht huishoudelijk werk: 15 minuten;
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 8 augustus 2017;
- bepaalt dat verweerder een nieuw besluit neemt op het bezwaar van eiser;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser, begroot op € 1.002,-;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht à € 46,- aan eiser vergoedt.