ECLI:NL:RBOBR:2018:3230
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens verzwegen zelfstandige inkomsten
Eiser ontving een WW-uitkering van april 2012 tot juni 2014. Verweerder herzag de uitkering en vorderde een bedrag van €47.687,39 terug vanwege niet gemelde inkomsten uit zelfstandige werkzaamheden. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn zelfstandige werkzaamheden had moeten melden, ondanks dat de belastingdienst deze gegevens had. De verplichting tot melding volgt uit artikel 25 WW Pro en is niet vervallen door het bestaan van fiscale gegevens. Eiser kon niet aannemelijk maken dat medicijngebruik hem verhinderde aan zijn plicht te voldoen.
De rechtbank verwierp het verweer dat de opgegeven uren onjuist waren, omdat eiser onvoldoende bewijs leverde en geen urenregistratie bijhield. Ook werd geen dringende reden gezien om af te zien van herziening en terugvordering, noch om de boete te matigen. De boete werd als proportioneel beoordeeld.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de beslissing van het UWV bevestigd. Eiser kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De beroepen zijn ongegrond verklaard en de herziening, terugvordering en boete bevestigd.