Eiseres, gebruiker van een hotel, betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde per 1 januari 2016 van €4.335.000, gesteld op basis van een verkooptransactie kort voor de waardepeildatum. De rechtbank beoordeelt eerst de objectafbakening en stelt vast dat deze niet onjuist is.
Verweerder baseert de WOZ-waarde op de zakelijke verkoopprijs van het hotel in oktober 2015, waarbij rekening is gehouden met het korte tijdsverloop tot de waardepeildatum, de invloed van de lopende huurovereenkomst en mutatieleegstand. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verkoopprijs niet marktconform is of dat de WOZ-waarde te hoog is.
Daarnaast wijst de rechtbank op het grote verschil tussen de verkoopprijs en de vastgestelde WOZ-waarde, waarbij de WOZ-waarde €1.915.000 lager is dan de koopsom. Ook mogelijke waardedruk door toekomstige woonbootligplaatsen in de nabijheid is niet aannemelijk gemaakt en reeds verdisconteerd in de verkoopprijs.
De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat verweerder de landelijke taxatiewijzer Hotels had moeten toepassen, aangezien verweerder de waarde op andere wijze, namelijk via de verkooptransactie, heeft bepaald. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.