ECLI:NL:RBOBR:2019:4937
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering WIA-uitkering wegens niet gemelde zorgactiviteiten
Eiser ontving sinds 2008 een WIA-uitkering en verrichtte vanaf 2014 zorgactiviteiten voor Stichting De Kleine Stapelakker zonder dit aan het Uwv te melden. Verweerder herzag de uitkering en legde een terugvordering en boete op wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht.
Eiser stelde dat de gebruikte bewijsstukken onrechtmatig waren verkregen en dat zijn werkzaamheden vrijwilligerswerk betrof, waarvoor geen melding nodig was. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek van het Uwv rechtmatig was en dat de werkzaamheden niet als vrijwilligerswerk konden worden aangemerkt, omdat zij in het economisch verkeer plaatsvonden en geldelijk voordeel beoogden.
Omdat eiser geen volledige administratie bijhield, mocht verweerder de inkomsten schatten aan de hand van bankafschriften en verklaringen. De rechtbank vond de schatting niet onredelijk en bevestigde dat eiser een bedrag van € 35.952,97 teveel aan uitkering had ontvangen.
De boete van € 3.612,96 wegens schending van de inlichtingenplicht werd eveneens gehandhaafd, aangezien de verwijtbaarheid en omstandigheden dit rechtvaardigden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening, terugvordering en boete worden bevestigd.