Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 december 2019 in de zaak tussen
[naam] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Deurne, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een legesaanslag van €31.178,27 die verweerder heeft opgelegd voor de behandeling van een aanvraag omgevingsvergunning voor een bedrijfspand. Zij betwistte de hoogte van de bouwkosten die verweerder hanteerde, gebaseerd op de ROEB-lijst, en stelde dat de verordening onverbindend is vanwege onvoldoende inzicht in de kostendekkendheid en onredelijke bouwkosten.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder voldoende inzicht heeft gegeven in de ramingen van baten en lasten en dat eiseres geen gemotiveerde twijfel heeft geuit over specifieke posten. De rechtbank oordeelt dat de ROEB-lijst een redelijke en niet-willekeurige maatstaf is voor de bouwkosten en dat de gemeente binnen haar beoordelingsvrijheid handelt.
Ook de stelling van eiseres dat het bouwwerk niet passend is ingedeeld in de ROEB-lijst wordt verworpen, omdat het bouwwerk voldoet aan de categorie "hal hoger dan 9 meter, oppervlakte kleiner dan 5.000 m²". De rechtbank laat de werkelijke bouwkosten buiten beschouwing omdat de normatieve bouwkosten niet onredelijk zijn.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat gemeenten leges mogen heffen op basis van normatieve bouwkosten uit de ROEB-lijst, mits deze niet leiden tot onredelijke of willekeurige belastingheffing.
Uitkomst: Het beroep tegen de legesaanslag wordt ongegrond verklaard en de legesheffing op basis van de ROEB-lijst is rechtmatig.