ECLI:NL:RBOBR:2019:7479
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en eervol ontslag wegens ongeschiktheid beveiligingsbeambte ministerie van Defensie
Eiser, werkzaam als beveiligingsbeambte bij het ministerie van Defensie, werd over de periode 1 juli 2016 tot 18 december 2017 negatief beoordeeld op diverse gezichtspunten en competenties. Hij maakte bezwaar tegen deze beoordeling en tegen het daarop gebaseerde eervol ontslag per 6 augustus 2018 wegens ongeschiktheid voor zijn functie.
De rechtbank toetste de beoordeling aan vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep en concludeerde dat de negatieve beoordeling op voldoende concrete feiten berust. De negatieve scores op communicatie, houding, gedrag en diverse competenties zijn onderbouwd met voorbeelden zoals het ontlopen van collega’s, afstandelijke en vijandige communicatie, onvoldoende initiatief en verantwoordelijkheidsbesef.
Het standpunt van eiser dat de beoordeling onterecht is omdat zijn tewerkstelling in Woensdrecht positief was, werd verworpen omdat deze periode buiten het beoordelingskader viel en te kort was om een verandering aan te tonen. Ook het ontslag wegens ongeschiktheid werd door de rechtbank bevestigd, omdat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat eiser niet beschikt over de vereiste eigenschappen en instelling voor zijn functie.
De beroepen tegen zowel de negatieve beoordeling als het ontslag werden ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Het eervol ontslag per 6 augustus 2018 blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de negatieve beoordeling en het eervol ontslag wegens ongeschiktheid ongegrond en handhaaft het ontslag per 6 augustus 2018.