Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 april 2020 in de zaak tussen
Stichting [eiseres] , te [vestigingsplaats 1] , eiseres
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
[adres 1]
[adres 2]
[adres 3]
In die parlementaire geschiedenis is geen steun te vinden voor de opvatting dat de restwaarde van een onroerende zaak niet kan worden bereikt zolang dat object nog in gebruik is bij de eigenaar/gebruiker en dezelfde functie als daarvoor vervult. Die uitleg ligt ook niet voor de hand. De gecorrigeerde vervangingswaarde strekt er toe de waarde zodanig vast te stellen dat niet meer wordt belast dan het bedrag waarvoor de eigenaar een zaak zou kunnen verwerven die voor hem hetzelfde nut oplevert als de te waarderen zaak. Dat sluit een waardering op restwaarde niet uit.
,Staatscourant 2018, 28796’, stelt de rechtbank de kosten die eiseres in verband met het beroep heeft moeten maken voor het opstellen van taxatierapporten voor [adres 1] en [adres 2] op € 598,95 (2 x 3 uur = 6 uur ad € 82,50 per uur, te vermeerderen met de ter zake verschuldigde omzetbelasting) en voor [adres 3] op € 798,60 (8 uur x € 82,50 per uur, te vermeerderen met de ter zake verschuldigde omzetbelasting). De totale vergoeding komt daarmee op € 3.683,50.
Beslissing
verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak, voor zover deze de beschikkingen en de aanslagen in de OZBE en OZBG ter zake van de onroerende zaken [adres 1] en Wethouder van Heinsbergenplein 4 en de aanslag in de OZBG ter zake van de onroerende zaak [adres 3] betreft;