ECLI:NL:RBOBR:2020:4394
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening recht op bijstand wegens kostendelersnorm onvoldoende onderbouwd
Eiseres ontving bijstand op grond van de Participatiewet als alleenstaande. Verweerder stelde onderzoek in naar haar woon- en leefsituatie vanwege vermoedens dat een ander persoon, [naam], zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres van eiseres. Op basis van dit onderzoek werd de bijstand herzien naar de kostendelersnorm en een bedrag teruggevorderd.
De rechtbank oordeelt dat het onderzoek van verweerder onvoldoende feitelijke grondslag biedt om aan te nemen dat [naam] zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres van eiseres. De waarnemingen tonen wel dat [naam] veel nachten bij eiseres verbleef, maar dat is niet gelijk aan hoofdverblijf. Nadere onderzoeksmiddelen, zoals buurtonderzoek of verbruiksonderzoek, zijn niet ingezet.
Ook het niet meewerken van eiseres aan nadere vragen leidt niet tot een bewijsrisico dat volledig bij haar ligt. Het eerdere onderzoek uit 2018 leverde ook onvoldoende op. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende bewijs van hoofdverblijf, met opdracht tot nieuw besluit.