Eiser was statutair directeur bij een werkgever en werd per 1 juli 2019 ontslagen na een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders. Na ontvangst van de oproeping voor deze vergadering meldde eiser zich ziek. Het UWV legde een maatregel op wegens vermeende benadelingshandeling omdat eiser zou hebben ingestemd met ontslag terwijl het ontslagverbod wegens ziekte gold.
De rechtbank oordeelt dat het ontslagverbod wegens ziekte niet van toepassing is indien de ziekmelding plaatsvindt nadat de bestuurder de oproeping voor de vergadering heeft ontvangen waarin het ontslag wordt aangekondigd. Dit voorkomt strategische ziekmeldingen. De arbeidsovereenkomst eindigde derhalve per 1 juli 2019. Er is geen bewijs voor een tweede dienstverband.
Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht wegens het niet indienen van een verweerschrift en het niet verschijnen op de zitting.