ECLI:NL:RBOBR:2020:5627
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woonwagenperceel wegens drugshandel
De burgemeester van de gemeente Best heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten het woonwagenperceel van verzoekers voor zes maanden te sluiten vanwege de vondst van 32 xtc-pillen, 2 brokken MDMA, sealbags, een boksbeugel en contant geld in de woning. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening tegen deze sluiting.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting, omdat de aangetroffen hoeveelheid drugs ruim boven de gebruikershoeveelheid ligt en er aanwijzingen zijn van feitelijke handel, zoals verpakkingsmateriaal, wapens en contant geld. De stelling dat de drugs voor eigen gebruik waren en het geld uit het bedrijf afkomstig was, wordt niet aannemelijk geacht.
De sluiting is noodzakelijk en evenredig gelet op de ernst van de situatie, de omvang van de overtreding en het feit dat het gehele perceel als samenhangend geheel moet worden gesloten. Verzoekers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij specifiek gebonden zijn aan deze woning of dat zij geen vervangende woonruimte kunnen vinden. Ook het beroep van verzoeker 2, die op een kindstandplaats woont en niet als rechthebbende wordt aangemerkt, wordt afgewezen.
De rechtbank wijst de verzoeken tot voorlopige voorziening af en bevestigt de sluiting van het perceel voor zes maanden.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af en bevestigt de sluiting van het woonwagenperceel voor zes maanden.