Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[gedaagde sub 1] ,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 13 maart 2019 en de daarin genoemde processtukken;
- een brief van de advocaat van [eiseres] met productie 20;
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 27 t/m 31;
- het proces-verbaal van comparitie van 30 september 2019.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
NJ1986, 825). Er moet bijvoorbeeld sprake zijn van betalingsonwil of het bewust bewerkstelligen van een toestand die betaling van een schuld verhindert.
NJ1993/468).