Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 juni 2021 in de zaken tussen
Laco Grave BV, te Grave, eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Grave, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
Rechtbank Oost-Brabant
Laco Grave BV maakte bezwaar tegen de door de gemeente Grave vastgestelde WOZ-waarden van een sporthal en een recreatie-/sportcentrum voor het belastingjaar 2018. De waarden waren vastgesteld op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde per 1 januari 2017. De eiseres stelde lagere waarden voor en verwees naar taxatierapporten van eigen taxateurs.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente voldoende aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde waarden niet te hoog waren. Hierbij werden de gebruikte Taxatiewijzers Sport en Algemeen als bruikbaar hulpmiddel erkend. De rechtbank ging akkoord met de door de gemeente gehanteerde objectkenmerken, grondverdeling, restwaarden en functionele correcties, waarbij de eiseres onvoldoende bewijs leverde voor haar afwijkende standpunten.
De rechtbank concludeerde dat de gemeente de technische en functionele veroudering correct had verwerkt en dat de lagere waarden van de eiseres niet aannemelijk waren gemaakt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarden bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van Laco Grave BV tegen de WOZ-waarden van de bedrijfsobjecten wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarden bevestigd.