De zaak betreft een watervergunning verleend door het Waterschap De Dommel aan de gemeente Geldrop-Mierlo voor het afvoeren van hemelwater van een toename van verhard oppervlak in de nieuwbouwwijk Luchen. Eisers maakten bezwaar tegen het primaire besluit en het gewijzigde bestreden besluit, omdat onvoldoende was geborgd dat bij uitbreiding van het verhard oppervlak de waterberging toereikend blijft.
In een tussenuitspraak van april 2021 oordeelde de rechtbank dat het bestreden besluit onvoldoende waarborgt dat de berging toereikend blijft bij uitbreiding. Het waterschap kreeg de gelegenheid dit te herstellen. Het herstelbesluit bevatte monitoringsvoorschriften en een plan van aanpak bij onvoldoende bergingscapaciteit, maar liet onduidelijkheid over het lot van het primaire besluit.
De rechtbank oordeelt dat het herstelbesluit de gebreken grotendeels herstelt, maar vernietigt het herstelbesluit vanwege onduidelijkheid over het primaire besluit. De rechtbank herroept het primaire besluit en vervangt dit door de gewijzigde watervergunning van juni 2021. Tevens veroordeelt de rechtbank het waterschap tot vergoeding van griffierecht, proceskosten en deskundigenkosten van eisers.
De rechtbank wijst erop dat een monitoringsperiode van vijf jaar toereikend is, ondanks bezwaren van eisers die een langere termijn wensen. De voorschriften bieden een duidelijke routekaart voor het borgen van de waterberging. De rechtbank concludeert dat de beroepen gegrond zijn en dat het waterschap de gebreken adequaat moet herstellen.